Posts tonen met het label Snoeien. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Snoeien. Alle posts tonen

woensdag 29 januari 2020

Winterwerkje

Eén van de winterse tuinactiviteiten die ik het liefst doe is het jaarlijks snoeien van de braam.
Eigenlijk is dat niet om het werkje zelf, maar om de omstandigheden waarbij dat uitgevoerd wordt.
Onze braamstruik staat namelijk tegen een zonnige muur en ik kies altijd een zonnige winterse dag om dat klusje aan te vatten.


De combinatie van het winterse zonnetje in die beschutte hoek tussen het huis en de wintertuin, en het rustige tempo van het losknippen en verwijderen van de oude stengels heeft iets rustgevends - haast Zen wordt men er van. En het opbinden van de nieuwe stengels heeft dan weer iets kunstig.

Deze zondag was het zo ver. Het zonnetje was voor de tweede dag op een rij door de dikke mistlagen gebroken. Heerlijk. Op zaterdag doe ik tuinwerk waar lawaai bij wordt geproduceerd, want op zondag mag dat niet. Dus was dit klusje geschikt. Een snoeischaar hoor je niet van ver.



Na het wegknippen van alle oude stengels maak ik de nieuwe stengels los. Die worden tijdens hun groei met touwtjes rechtop gehouden. Ze zouden anders te veel doorbuigen of kraken ... of gewoon in de weg hangen van het vrouwke als ze in of uit de wintertuin komt. En meestal loopt dat slecht af voor de braamtakken. Het vrouwke kan onverbiddelijk zijn met de snoeischaar.

Dan ontwar ik de meterslange ranken en bind die die het dichtst bij de muur staat in een sierlijk bedoelde krul aan de muur.


Daar voorzag ik al jaren geleden om de 30 cm een horizontale inox-draad. Die hangen zo'n vijf cm van de muur af. Ik bind er de braamtakken met raffiatouwtjes aan vast. Een jaar later zijn die al wat verweerd en gaat het verwijderen van de oude takken vlot. Vlotter dan toen ik nog metalen binddraad gebruikte. En milieuvriendelijker ook.

Daarna volgen de andere takken tot ze allemaal stevig bevestigd zijn, lekker strak tegen de muur.
Dat wordt binnen enkele maanden weer een muur van bloesems en in augustus lekkere vruchten.

Ik kijk er al naar uit.

zondag 18 februari 2018

Knotaap

De ochtendrust werd schandalig abrupt verstoord door een snerpend gejank van jewelste, het volgende ogenblik gevolgd door een krakend geraas en een zware plof, net voor het keukenraam.

Ik had al gewaarschuwd moeten zijn, want net daarvoor keken de katten schichtig op van hun ochtendslaapje. Hun koppetjes gingen gelijktijdig omhoog en keken gealarmeerd in dezelfde richting, de oortjes als driehoekige schotelantennetjes omhoog reikend naar de oorzaak van het onheil.

Het vallen van de tak zelf, want dat was het, hadden ze niet afgewacht want beiden waren al met een rotvaart de leefruimte doorgeschoten.

Ik natuurlijk naar buiten en wat ik daar zag had ik niet verwacht!

Eén of ander groot dier zat halverwege de kruin van de krulwilg, net naast ons huis.

Onmiddellijk schoot ik in mijn observatiemodus, wat inhield dat ik in allerijl terug naar binnen sloop om mijn fototoestel, nog vlug mijn smartphone in mijn achterzak propte en langs de veranda weer ongemerkt naar buiten gleed. Want zeg nu zelf, kan je tegenwoordig als natuurwaarnemer nog als vol aanzien worden als je je waarnemingen niet online en ondersteund met bewijsvoerend fotografisch materiaal op t'internet gooit, gelijk op waarnemingen.be bijvoorbeeld.

Hoeveel keer heb ik nu al niet die merel in onze tuin "waargenomen", om toch maar te bewijzen dat deze soort in de biodiverse tuin nog niet uitgestorven is, alle ramp verhalen ten spijt.

Maar goed, daar stond ik dan, Attenborough-gewijs postvattend achter wat dekkingverschaffend groen. 'k Had beter een cameraman meegenomen, want het natuurtafereel dat zich voor mijn verwonderde ogen ontspon was van een zowel betoverende als angstwekkende schoonheid.

Blijkbaar had ik met een voor mij onbekende primaatsoort te maken, waardoor het me duidelijk werd dat ik de smartphone met obsmapp app voor niks meehad. Ik was er zeker van dat deze niet in de lijst der inheemse zoogdieren zou voorkomen!



Maar niet getreurd - het kwam er op aan om toch enkele bruikbare beelden te schieten. Dat zat niet mee want die dag was gekenmerkt door een treurig maar dens grijs wolkendek dat elke poging tot kleur scheen op te slokken.

De activiteit van de aap was op zijn minst merkwaardig te noemen. Met uiterst efficiënte bewegingen klom het dier door de boom en sneed daarbij grote takken weg. Jawel sneed! Of zaagde voor mijn part. Telkens klonk er een korte snerp als het dier zijn grote aangepaste klauw op het hout losliet. Waar evolutie al niet toe in staat is! Als ik het niet met mijn eigen ogen gezien had, ik zou het niet geloofd hebben.

Het dier maakte ook gebruik van lianen om zich door de steeds kaler worden kruin te bewegen. Ik kreeg de indruk dat het wellicht om een soort mensaap zou kunnen gaan, met voldoende intelligentie om wat leek het knopen leggen te beheersen.

Telkens vielen er stukken hout en strengen klimop naar beneden, terwijl de boom stukje voor stukje ontkleed werd. Wat zeg ik, ontkleed? Nee - eerder ontmanteld. Naast de onbeantwoorde vraag wat het dier nu eigenlijk met al dat materiaal van plan was (een nest bouwen? opeten?), kwam er tevens een goede naam voor het dier naar boven. Een knotaap.



Want na een goed uur was het resultaat van die destructieve activiteit niet meer of minder dan een geknotte wilg.

Toen de boom niet meer dan een twee meter hoge knot was sloop de knotaap weg en verdween in zijn camionette, het niet nalatend eerst nog een factuur in de brievenbus achter te laten.


zondag 14 mei 2017

verjongingskuur voor de haag

Redelijk gedurfd vond ik dat, zo zes weken voor de VELT ecotuindag een haag halveren in hoogte.

Maar het was nodig. Vorig jaar was het zo'n miezerig verzopen seizoen dat alles snakte naar wat zon en warmte. En die hoge haag nam te veel van dat weinige licht weg van de border.



Dus kocht ik me een nieuwe en langarmige snoeischaar en knipte in enkele avonden de helft van de centrale cirkelvormige haag weg.





Dat resulteerde in een hoop meer openheid in de tuin. Plotseling kan ik de borders rond de cirkelterras over de haag heen zien en vanop de cirkelterras zie je nu het hooilandje en de appelaars.

Het resulteerde ook in een hele hoop takken, welke kort daarna verhakseld werden en nu een knisperig paadje vormen. 



Alleen hoop ik dat, nu de kou eindelijk voorbij is, die haag zich eindelijk begint te sluiten. Want het is nu geen zicht zo, met de open tuindag in het verschiet. Nog drie weekjes te gaan, dus er mag schot in komen.



vrijdag 10 maart 2017

Snoei geeft vooral groei

Enkele jaren geleden was ik erg hoopvol over de resultaten die ik ging boeken met het snoeien van mijn halfstam appels. Snoei geeft groei, snoei geeft bloei was toen de titel van mijn logje.

Maar zoveel jaar later blijkt dat toch niet zo goed te lukken, met mijn gesnoei geknoei. Appels bleven uit en vermits ik vermoedde dat ik toch verkeerd snoeide bleef het snoeien dan maar volkomen uit. 

Met dit als gevolg: weeral twee takkenbussels van bomen. Ge moet dat eens zien - precies scheerborstels.


Trezeke Meyers appel - Voor en na de snoei

Nu had ik weliswaar dit jaar toch een redelijke opbrengst maar die was natuurlijk moeilijk te plukken, met zo’n gevulde kronen. Ik moest me gelijk een slangenmens tussen de takken kronkelen. Er moest echt iets aan gebeuren en vermits ik het zelf niet kan, moest ik dan maar professionele hulp inroepen. 

De professionele hulp heette Bruno en kwam halverwege vorige maand de zaak opkuisen.
Tijdens het snoeien lette ik goed op zijn techniek en hoe hij koos welke takken behouden bleven. Op zich kende ik al die regels wel, maar ze in de praktijk toepassen is nog iets anders.

  • Licht in de kroon brengen door veel weg te snoeien
  • Takken die elkaar kruisen: één wegsnoeien
  • Opgaande takken trekken alle kracht naar zich toe: wegsnoeien en alleen de horizontale laten staan.

Bedaard werkte hij door, met een krom trekzaagje takken wegsnoeiend, hier en daar het vrij staan van takken controlerend en al eens met een oogopslag in mijn richting kijkend, alsof hij om toestemming vroeg voor het wegnemen van een dikke tak. Alsof ik er iets van ken ... 
Bruno poneerde tussendoor nog een aloude boerenwijsheid – dat als een appelaar goed gesnoeid is je er zonder problemen je hoed moet kunnen doorheen gooien.

Op het eindresultaat van zijn snoeibeurt stond ik wel even vreemd te kijken. Zo veel werd weggenomen en toch bleven die lange uitstaande, haast horizontale zwiepers onaangeroerd. Ik had min of meer verwacht dat ook daar meer zou in gesnoeid zijn.  

Want dát is inderdaad alvast een groot verschil met de snoeibeurten die ik uitvoerde - vergelijk deze foto's maar eens met de beelden uit 2012 of 2013. Wat een verschil in stijl niet?


Delbare estival na de snoei

Maar dat snoeien van die lange zwiepers zou in de zomer moeten, heb ik begrepen.

Want dat was ook één van die zaken die ik verkeerd deed. De zomersnoei nalaten.

Dus maakten we de afspraak dat hij deze zomer terug zou komen, een uurtje maar, om me de zomersnoei te demonstreren.



woensdag 22 april 2015

Ex-bonsai nam een spurtje

Als je deze foto ziet kan je het nauwelijks geloven dat deze boom ooit een bonsai was.



En toch is het zo. Ik ben het zeker want ik zaaide hem zelf.

Ik weet zelfs nog precies waar ie vandaan komt. Uit Brugge namelijk, waar ik ooit tijdens een wandeling op de stadswallen enkele zaden van de monumentale lindes die er groeien verzamelde.  


Dit was hetzelfde exemplaar in gepotte tijden. Maar het was duidelijk geen bonsai-materiaal. Het boompje wou maar niet gedijen in pot en de bladeren van een Winterlinde zijn nu eenmaal gewoonweg te groot voor een bonsai. Totaal buiten verhouding.




Na jaren gepruts plantte ik 'em uit op de plek waar een ooit uitgeplante kerstboom omgewaaid was.


De eerste jaren leek er niet zoveel groeikracht in te zitten, maar plots ontwikkelde het miezerige ex-bonsai-tje zich tot een ware sprinter! Kaarsrecht schoot ie omhoog. En het leek er op dat ie Zomereik en Haagbeuk in de wilde heg binnen enkele jaren zonder veel poespas zou gaan overtroeven.


Helaas is dat ongewenst. Dat had ik namelijk niet in gedachten gehad toen ik het boompje in volle grond zette. Want een volwassen linde wordt enorm breed en het boompje staat maar op enkele meters van de straat. Dat zou op termijn problemen geven. 




Dus heb ik hem geknot. Een beetje spijtig eigenlijk, want een zo mooi recht groeiende linde dat vind je niet zo vaak. Het is een soort die nogal eens makkelijk uitvorkt en meerdere spillen maakt. 



Maar goed, misschien nog steeds beter een leven als geknotte boom dan niks, want ik denk niet dat er op de Brugse stadswallen veel zaden verder gekomen zijn dan zaailing. 


maandag 23 maart 2015

Vóór en na

Enkele beelden van de jonge zomereik aan de rand van de moestuin. Vóór en na het knotwerk.

Vijf jaar geleden knotte ik dit boompje voor ’t eerst. En nu was het weer nodig, want vorig jaar wierp het al weer veel te veel schaduw op de moestuin. En viel er te veel plakkerig bladluizepoepsap naar beneden – recht op de groentjes er onder – Bah!
Dus voilà. Weer een kort kapsel, goed voor vier-vijf jaar. 
Want die kroon moet een klein bolletje blijven.


zaterdag 23 februari 2013

Es en de bonestaak

Het lijkt wel een beeld uit Jaak en de bonestaak, zoals dat zich naar boven kronkelt en draait en windt.  Alhoewel er wel peulachtige vruchten aanhangen is onze Japanse blauwe regen echt geen domme boon. 
 
 
 
Elk jaar slaagt ie er in me te verschalken en ongemerkt in de Es te klauteren.  Ik vermoed dat ie het meeste van het klimwerk tijdens de zomermaanden doet.  Terwijl ik in het buitenland ben, of lui in de chaise longue lig te soezen.
 
Het begint vermoedelijk met één rankje dat tersluiks richting het onderste takje van de Es uitgestoken wordt.  Eén vinger die ongezien het terrein komt verkennen.  Ondertussen wordt mijn aandacht afgeleid door duizend en één andere zaken in de sier- of moestuin.  Het snoeien van de heg, of het hooien van het graslandje.  Of ben ik gewoon op tuinsafari met het fototoestel in de aanslag.
 
Maar voor ik het goed en wel besef zit ie al meters hoger.  Is die eerste rank vlot voorbijgestoken door een tweede, een derde en een vierde.  En dan is er geen houden meer aan.  Wellicht merk ik het dan ook niet op omdat zowel tak als blad van dezelfde kleur als die van Es is.
 
En zo ziet er dat dan in de winter uit.  En moet ik weer eens de Es in - balancerend op een lange ladder met de lange schaar in de aanslag - in een poging die meterslange ranken zo hoog mogelijk af te knippen.  Want dat zijn echte wurgers die de Es zonder schroom zouden platnijpen. 
 
 
 
 
En net als ieder jaar maak ik mezelf de belofte die Blauwe regen in de zomer te trimmen. 
Misschien lukt het volgend jaar wel...
 
 
 
 

maandag 11 februari 2013

Even polsen.

Vijf dagen heb ik het gevoeld, in mijn pols.  Vijf dagen!  Dat komt er van, als ge uw goede voornemens van vorig jaar niet waarmaakt.  Had ik niet gezegd, na die twaalfhonderdste knip, om in de eerst bezochte tuinbeurs zo'n spier- en peesontlastende snoeischaar te kopen?  Inderdaad.  En heb ik dat gedaan ... ?  Neen.

Maar goed - dat ik dat niet gekocht heb is niet volledig mijn schuld.  De tuinbeurs van de Don Bosco school te Halle is een echte plantenbeurs.  En daar stonden blijkbaar geen snoeischaarventers.  En spijtig genoeg zijn we afgelopen seizoen niet meer op een andere tuinbeurs geraakt, ondanks het feit dat andere tuinbloggers er en masse naar toe gingen. 




Maar waarom koop ik dan zo een snoeischaar niet gewoon in het tuincentrum?  Wel, om de simpele reden dat ze dat daar gewoonweg niet hebben!  Begrijpe wie het begrijpen kan ... maar het is écht zo!  In de dichtsbijzijnde provinciestad en omgeving heb ik zeven tuincentra, tuinmachinewinkels en gewone doe-het-zelf grootzaken mét tuinafdeling afgeschuimd.  Zélfs in de winkel waar het biodivers vrouwke haar goed gerief aanschafte, konden ze me niet helpen.  "Nee meneer, dat verkopen wij niet.  Ja, we kennen dat wel.  Ja, meneer - zoiets kunt ge alleen op een tuinbeurs kopen".



























Goed - ik heb ondertussen toch al één appelboom gesnoeid, vorige zondag al.  Leuk jobke dat net vóór de regenbuien gedaan was.  En je kent me - ik heb natuurlijk geteld.  Niet dat het u interesseert of zo maar ik geef het toch maar mee: vorig jaar stonden er vijf honderd zes en twintig takjes op deze Trezeke Meyers, dit jaar zo maar eventjes acht honderd vijftien!  Kan je geloven dat ik het dagen gevoeld heb in de pols?  En er wachtte nog een boom!

En wetende dat die andere appelboom vorig jaar zes honderd vier en zeventig takjes had, had ik absoluut geen zin meer om dat werk te doen zonder aangepast materiaal.  En de tuinbeurzen zijn nog zo veraf.

Maar gelukkig bestaat er nog zoiets als tinternet.  En na amper tien minuutjes googlen, en het uitproberen van verscheidene trefwoordjes, vond ik met "hefboom snoeischaar" het juiste materiaal!  Na een korte prijsvergelijkende studie, waarbij ik ook de buitenlandse webshops niet links liet liggen, heb ik er één HIER besteld.  De dag er na(!) kon ik dat al op het postkantoor gaan afhalen, ware het niet dat ons postkantoor maar één dag per week laat open is. 




En of ik er blij mee ben?  Zeker weten!  Ik heb eergisteren de tweede appelboom gesnoeid (acht honderd zestig twijgjes!- zonder zever) en ik voelde niks geen pijn of vermoeidheid!  Dat ging zelfs zo goed dat ik 'snamiddags ook nog eens de doornloze braam aanpakte!

Echt een aanrader dus, zo'n schaar met getrapt hefboomsysteem. 
Ik begrijp gewoon niet waarom dat niet in alle tuincentra te koop is. 

donderdag 6 september 2012

Gelijk boter


“En als ge er om gaat, dan moet ge in diene winkel!” Want ik was er niet helemaal gerust in, als het biodivers vrouwke er alleen om zou gaan.

“Waarom mag ik niet in de Gamma, of in de Brico gaan kijken?” wierp ze nog op.

“Nee – want dat hebben ze misschien niet, en dan komt ge met iets naar huis dat niet goed is. Ga toch maar daar recht tegenover – daar hebben ze veel keus”.  Nu was ik van dat laatste niet helemaal zeker, maar ze zouden daar tenminste degelijk advies geven.

“En laat u gene aanpraten op batterijen hé – Deze keer moet ge toch wel deftig gerief hebben”. Want dat gepruts dit jaar - altijd platte batterij - dat ging toch niet meer, vond ik.

Nu dacht ik niet dat ze echt alleen zou gaan – want de aanschaf van goed gerief laat ze meestal aan mij over. Maar kwam ik vandaag thuis en daar begroette me toch een opvallend vrolijk vrouwke, die me onmiddellijk aan mijn arm naar buiten troonde.

“En? Ziet ge niks?” vroeg ze met blinkende oogjes.

Oei - Altijd een gevaarlijke vraag voor een man. Meestal zie ik inderdaad niks en dan is ze natuurlijk weer teleurgesteld – stomme wezens vindt ze mannen dan – die zien nooit niks!

Maar deze keer zag ik het gelukkig wel. “Ge hebt de buxushaag gesnoeid!” zei ik triomfantelijk!

“En dat ging gelijk boter!” zei ze gelukzalig.

“Ah!, ge zijt er om geweest?” vroeg ik nog, ietwat verrast..

“Ja hoor” antwoordde ze trots.

“OK, laat eens zien”, zei ik nieuwsgierig.

En dan schrok ik wel even, wat dat gerief was wel wat groter dan verwacht.

“Oei – zo groot!” was dan ook mijn reactie.


“vijf en veertig centimeter”, zei ze. “Het was de enige dat hij had”, voegde ze er aan toe, me wat verwijtend aankijkend – “Maar het is wel speciaal voor Buxus”.

Ik taxeerde het ding en probeerde dan aarzelend … “’t zal niet goedkoop geweest zijn zekers? – want dat is nogal een duur merk”.

“Maar wel goed hoor – dat ging gelijk door boter” wierp ze op, waarmee ik wist dat de prijs boven haar voorgenomen budget zat.

“Ik snap niet hoe ik dat al die jaren gedaan heb”, voegde ze er aan toe.

“Gelijk boter” zuchtte ze nog.





 

maandag 16 juli 2012

Den draad ...

"Is 't wéér zover?" vroeg ze, toen ik probeerde stiekem binnen te sluipen, in de hoop het te herstellen alvorens ze het merkte.

Maar helaas - het wàs al opgemerkt.  "Ja", antwoorde ik met een zucht - "weeral, ja"

"Hoeveel deze keer?" was klassiek de er op volgende vraag.

Ik keek even achterom, naar de tuin.  En raadde maar: "Toch een goeie meter, denk ik - zoals altijd". 

"Zet jij de klokken dan weer goed?"  zei ze met een dwingend toontje.

"Ok, doe ik - eerst mijn gerief halen."  Pff - stom klusje, dacht ik.  En nu is mijn ritme nog weg ook.

"Ik wist het meteen hoor! - de radio viel uit, ... en mijn strijkijzer ook", zei ze nog, ietwat overbodig.  Ja, - want zo weet ze het toch steeds?

Het wordt toch echt tijd om eens ne nieuwe te kopen, dacht ik.  Er blijft ècht niet veel meer van over na al die jaren.  Misschien iets voor mijn verjaardag, bedacht ik - zo weet ik toch nog iets.

"Hoeveel blijft er nog over?"  vroeg ze dan. 
"Mmm - echt niet veel", antwoordde ik - "misschien de helft nog".

"Misschien kan je dat eens voor je verjaardag vragen - zo weet je toch nog iets" zei ze nog, terwijl ik langs haar sloop, richting werkplaats.

Terwijl ik de zekering weer aanzette hoorde ik haar vanuit de keuken "Zet ge de plomb weer aan? Ik wil verder strijken hé!" En met enige nadruk: "Uw T-shirts!".

"Ik doe die klokken straks wel, Ok?", zei ik terwijl ik tevoorschijn kwam met schroevendraaier en bektangetje.  "Ik wil die haag vandaag nog af hebben".

"Ok - maar niet vergeten hé?", zei ze - "het is zo'n stom klusje.  Gij moet toch iedere keer zo lomp doen met diene draad."

Ik zag haar grijns en huppelde al wat vrolijker de trap af - en de tuin in. "Ja hoor, dat vindt ge ècht grappig hé?", riep ik nog.

Nog twintig meter te gaan... en dan is ie op.

vrijdag 13 juli 2012

Kom, dat ik je een zoen geef ...




... want ik ben zo blij met dat haagscheersel!


Ja - het is weer zover!  De haag werd weer eens aangepakt!  En dan krijgen de geitjes van de buren van die lekkere takjes om op te kauwen, zo van die met stekeltjes en doornen op.  Daar moeten ze dan met hun tongen en beweeglijke lippen van die heksentoeren uithalen om die lekkere blaadjes af te prutsen.  Ik zou het niet kunnen, maar zij zijn er lekker zoet mee.  En ze hebben het zòveel liever dan dat duffe gras.


Kijk - die takjes rechts waren voor hun ;-)
En wat ze niet op krijgen gaat naar de composthoop - excellente compost krijg je dan!


Zeg, nu bedacht ik zo ... Nu staat het toch nergens geschreven dat het alleen de wilde heggen zijn die gemengd mogen zijn? Want je zou het haast denken, als je in ’t rond kijkt. Overal zie ik geschoren hagen die saaitjes uit één enkele soort bestaan. En dat terwijl een afwisseling aan soorten niet alleen een stuk spannender oogt, maar ook nog eens stukken aantrekkelijker is voor heel wat diertjes, gezien het variabele menu dat ze er vinden.

Toen ik de haag rond mijn tuin plande (en plantte in
1990), heb ik een lijstje opgesteld van soorten die er thuishoren. Drie soorten zouden de hoofdtoon spelen: Eénstijlige meidoorn, want die zie je in alle oude hagen rond weilandjes; Spaanse aak, wegens het mooie blad en Wilde liguster, omdat ik gek ben op de geur van de bloemen.  Daarnaast kwamen dan de mindere violen: Sleedoorn en Haagbeuk.  Extra variatie werd er ingebracht met Hazelaar, Kerspruim, Hulst, Sporkehout, Wilde appel, Beuk, Zomereik, Gewone vlier, Hondsroos, Egelantier, Gelderse roos, Rode kornoelje, Gele kornoelje, Wilde kardinaalsmuts en Kweepeer. Die laatste was een vergissing. Ik had eigenlijk Wilde peer gevraagd en kreeg een totaal andere soort. Ook met de appel was dit het geval: ik kreeg onderstam M5 in plaats van de Wilde appel die ik vroeg. Gelukkig kon ik dit later nog rechtzetten door zelf wat Wilde appelzaadjes op te kweken. En later slopen er nog een Gewone es of twee in, wat ook als een vergissing kan gezien worden – dat laat zich moeilijk intomen!. Zoete kers en Sering nestelden zich ook spontaan in de heg. En in de Wilde, ongeschoren heg zit er ook nog Boswilg in. 

Nu ben ik met die ellenlange lijst – ondertussen ongeveer twintig soorten – toch nog stomweg één soort uit het oog verloren. En dat terwijl die in sommige streken òòk klassiek in hagen te vinden is: de Gladde iep (of veldiep).  Maar als er nog eens een gat valt in de haag, plant ik er gewoon wat tussen – dat moet lukken.

Zo’n haag dat groeit snel – zeker als je het planten goed voorbereidt. Eén spadesteek diep spitten, en op het niveau van een tweede spadediepte compost invorken, dat geeft je de garantie dat er drie jaar later al een haag op borsthoogte staat. En wat velen niet durven na het planten – dat is stevig insnoeien. Al die frêle, pas geplante boompjes tot op 10 à 15cm van de grond afknippen, dat is er voor velen over. Maar het is anders wel nodig om er voor te zorgen dat de minder uit zichzelf vertakkende soorten toch laag bij de grond takken maken, zodat je haag goed gesloten is – ook onderaan.


Je trommelt best wat vrienden op als je honderd en dertig m haag wilt aanleggen! 

Honderd dertig meter haag – dat zijn een hoop planten. Per meter drie-vier stuks dat maakt ruim vijf honderd boompjes.  Dus het was wel nuttig om op voorhand een beetje een plantschema te hebben, zodat we bij het planten niet te veel tijd verloren met kiezen en dubben. Nu heb ik ze niet allemaal kriskras door elkaar geplant, dat had ook gekund, maar ik wou toch nog een beetje het aspect van de verschillende soorten zien. Dus heb ik ze in reeksjes van vijf geplant, waarbij de twee uiterste geschrankt staan met de uitersten van de naast gelegen reeksen. Beetje moeilijk uitgelegd misschien maar dit schema maakt het wellicht duidelijk: …AAABABBBCBCCCDCDDDEDEAEAAA… , waarbij A, B, C en D de vier hoofd soorten zijn.

Dit patroon is natuurlijk niet strikt aangehouden, want daar moesten nog de nevensoorten en de extra soortjes tussen. Mocht het je interesseren, het volledige plantschema van onze heg vind je HIER.



In 1995 plantten we dwars door de tuin nog een 50m lange haag (om de tuin in kamers in te delen), die eindigde in een mooie spiraal. Een dubbele spiraal dan nog, bedoeld als speeldomein voor de kinderen. In die haag gebruikten we een ander schema. Hier werden de soorten wel kriskras dooreen geplant, en ik moet toegeven, dat bevalt me beter.


Kijk, dat zijn enkele geslaagde kris-kras-dooreen-combinaties:


Meidoorn - Wilde liguster

Wilde liguster - Haagbeuk - Spaanse aak - Zomereik


Wilde appel - Beuk - Meidoorn - Haagbeuk - Kweepeer


Na al die jaren heb ik dus toch één en ander geleerd... o.a.


Gebruik geen Kerspruim, want die groeit blijkbaar sneller dan de rest en maakt altijd van die hoge takken die opvallend uitsteken. Hetzelfde kan gezegd worden over Gewone es, of Gewone vlier.


Gewone vlier is daarentegen wel geschikt als je hier en daar een stukje wat wilder laat groeien in je geschoren heg. Ik gebruik ‘em op die manier om een lelijk schuurtje achter de heg te camoufleren. En dan krijg je nog bloemen en bessen ook!


Op vergelijkbare manier kan je een wilde roos in je heg laten doorgroeien en bloeien - gewoon heel geslaagd!


Links hangt ie nogal over bij de buren - gelukkig vindt buurman dat niet erg.



De haag scheren doe ik minstens twee maal per jaar. Drie maal zou beter zijn, maar dat is me denk ik nog nooit helemaal gelukt. Er is altijd wel ergens een stuk dat geen derde scheerbeurt krijgt. Er is al genooeg te doen in de tuin. Om het me wat makkelijker te maken, heb ik enkele elektrische contactpunten verstopt. Dan hoef ik niet zo ver met met die kabels te sleuren.
















De haagschaar olie ik met overjaarse arachideolie.  Da's plantaardig dus dat zal wel gewoon bio-afbreekbaar zijn denk ik.



Behalve het regelmatige scheren, is er nog een belangrijk verschil met de wilde heg. Een wilde heg heeft een duidelijke zoom. Daar is nu eenmaal genoeg plaats voor. Maar een zoom aan een geschoren heg is al wat moeilijker.


Deze zoom met Rode valeriaan, Duinroos en Robertskruid is na het snoeien altijd naar de vaantjes ...

Want meestal wordt zo'n zoom vertrappeld wanneer er geschoren wordt. Maar hier is ie wel geslaagd: een zoompje bestaande uit Slanke sleutelbloem. Dat is in het voorjaar op zijn mooist, daarna kan dat wel even tegen korte betreding.