‘t Is een stokje dat hier hangt.
Echt waar ik ben een houtje.
Zo een twijgje dat niks vangt.
Zo een twijgje dat niks vangt.
Echt waar dat doe ik niet.
‘k Zal je heus niet eten,
want een twijgje bijt toch niet?
Wat zeg je nu - ruikt naar bedrog?
Van top tot teen in 't glanzig-groen -
Van top tot teen in 't glanzig-groen -
zo’n twijgje vertrouw je toch?
Kom maar dichter bij dit takje,
je lijkt me wel een leuke hap.
Vlieg maar dichter en ik pak je.
In een flits zal het voorbij zijn,
in een tel is het gedaan.
*
- kijk -
- kijk -
Het deed zelfs geen greintje pijn.
Lestes viridis
De Houtpantserjuffer
- de biodiverse tuinier -















