vrijdag 18 juli 2014

Dode mulch

Mulchen – het blijft de makkelijkste manier om omgewenst gegroei van planten tegen te gaan. Heel wat ekologischer dan gesproei met pesticiden en alvast ook veel minder arbeidsintensief dan schoffelen en hakken tussen de groentjes of in sierborders.

Dan is het toch wel moeilijk te begrijpen dat ik er jaren over heb gedaan om meer met mulch te werken in mijn tuin.

Misschien is dat wel te wijten aan het feit dat mijn eerste ervaring met mulchen een beetje op een fiasco is uitgedraaid. Om te mulchen moet je namelijk wel materiaal hebben om mee te mulchen. En toen ik voor het eerst mulch als onkruidonderdrukker toepaste tussen mijn rijtjes groenten maakte ik een foutje die ik me nog steeds beklaag. Want toen had ik slechts gazonmaaisel ter beschikking.  En wat ik niet ten volle besefte is dat gazonmaaisel vol graszaad zit. Dan nog van één der lastigste “onkruidjes” voor de moestuin, namelijk straatgras.

Voor het mulchen had ik hoegenaamd geen problemen met straatgras in mijn moestuin. Er na des te meer… en meer. 
Vooral het bed waar ik winterprei op plant, zo na de vroege patatjes, heeft er erg van.  Elk jaar ziet dat bed er na de aardappelteelt er heel erg leeg uit, maar gezien ik na het poten van de jonge prei nog maar weinig schoffel, ziet het Straatgras er volop zijn kans – zeker omdat die prei er nog lang – tot ver in de winter – blijft staan. 

Maar nu, na al die jaren – en dank zij een oogopener in een Velt-tuin in de gemeente, heb ik het eindelijk door. Moest ik nu echt zo oud geworden zijn om het nu pas te snappen?  Je moet natuurlijk dood materiaal gebruiken. Dood in de betekenis dat er geen stukjes plant inzitten die kunnen ontspruiten, wortelen of kiemen.  Dus geen stengels waar vrucht en zaad aan zit. 

Ik gebruik dus nu haagsnoeisel of herfstblad.  Werkt heel goed.  Vooral herfstblad vormt een mooi laagje op de bodem, begint dan spontaan al wat compost te maken en houdt het vocht goed vast.  Het haagscheersel kan in mijn tuin vervelend zijn omdat er ook doornige soorten in de haag staan, maar verder is dat heel bruikbaar gebleken.




Vanaf nu staan de preitjes altijd in het mulch.  Ze zien er tevreden uit.

donderdag 3 juli 2014

Vanaf nu ...

...

is er al af en toe weer eens wat activiteit te verwachten op een tweede blog van me.

Hier klikken is de boodschap




dinsdag 1 juli 2014

Ingezoomd op het dak

Je hebt het wellicht gemerkt - ik ben de laatste tijd weinig in blogspace geweest. Druk-druk. Toch gisterenavond even de tijd genomen om de macrolens op te schroeven en nog eens de ladder tegen de rand van het groendak te plaatsen.

En wat zag ik daar?


Het zonnegeel van de Tripmadammen, de ontelbare bloempjes op het Duizendblad,



De Hazepootjes vol minuscule bloempjes, een schijn van een bloeiwijze in de top van de Wilde tijm,

en ...  tot mijn verbazing ...


Ook nog een Steenanjertje!!  Die had ik bij mijn vorige bezoekjes over het hoofd gezien!

En natuurlijk nam ik ook de tijd voor de op-het-eerste-gezicht foto van deze maand. Die kan je HIER zien.

vrijdag 13 juni 2014

Dakzicht met haasjes


Ik ben er deze maand wat laat mee – druk gehad – maar hier is het micro-zicht van juni.  Elke maand kijken we in detail naar een onderdeel van de tuin, naar voorbeeld van een ideetje van Zem.  
Ik volg elke maand de evolutie van het groendak op de voet (Een overzichtsfoto vind je HIER).

Wat groeit er ondanks de barre omstandigheden die er zich voordoen - het is elk jaar weer spannend. En het leek er op dat er niet veel ging bloeien want het ganse zaakje op het groendak is al enkele keren ei na verdroogd.  

Het bieslook heeft er weinig last van. Staand op de ladder lijkt het wel alsof ik over een dijkje ergens in Nederland kijk. Je ziet naast het dak ook wat stengels van het Duizendblad - door de afwisselende droogte nog niet in bloei – maar dat kan niet lang meer duren.


Bieslook is niet de enige bolplant die wel aard op het groendakje. De tulpjes slagen er vlot in om zaden te maken en bij de Kraailookjes scheuren de eerste bloemhoofdjes al open, vol van broedbolletjes.


Ook de Tripmadam begint al bloemstengels te maken. Muurpeper vormt op de rand al een geel tapijtje en de ooievaarsbek is al ver is uitgebloeid. Ik denk dat het een Zachte ooievaarsbek is.

  

Op diezelfde zuidkant handhaven sinds vorig jaar zich enkele Hazestaartjes en ik ontdekte een Hazepootje op de noordzijde. Het eerste is een grasje en het andere is een vlinderbloemige - een klaversoortje zeg maar. Het is nog niet goed te zien maar het Hazepootje laat al in de topjes het begin zien van de wollige bloemhoofdjes, waaraan het zijn naam dankt.

 

En tot mijn verbazing stond er tussen de witte klaver opeens een Margriet op het groendak. Misschien vinden jullie dat niet speciaal, maar ik hoop dat dat het begin is van de terugkeer van de Margriet in de biodiverse tuin.


Maar nu viel mijn oog toch wel op enkele speciallekes! Ontwaarde ik opeens de gele bloem van een Ratelaar - zou dit een Kleine ratelaar kunnen zijn? En verder zag ik opeens enkele planten Tijm. Niet zomaar de huis-tuin en keukentijm maar één of andere wilde tijmsoort! Ik hoop 'em op naam te kunnen brengen als ie bloeit.


En tot slot stond de dakrand vol met minuscule blauwe bloempjes - die mocht ik niet vergeten te vermelden.
 

Er gebeurt dus weer van alles op dat groendakje - en het is weer eens anders dan de voorgaande jaren.

 

dinsdag 10 juni 2014

Blog-ecotuinentocht

’t Is misschien niet echt kort op de bal, maar ik kwam er niet eerder toe om verslag te geven over onze 320km-lange tocht langsheen vier VELT-ecotuinen op 1 juni. En zoals eerder vermeld, had deze tocht een hoog blog-gehalte.

De eerste tuin die we aandeden was die van mede-blogger Fruitberg. Supermasj, want zo heet de tuinier van dienst heeft het afgelopen jaar een enorme hoop werk verzet.  Niet alleen werd er een moderne aanbouw aan het woonhuis gebouwd, maar de ganse tuin werd onder handen genomen en in een heel interessante jonge ecotuin omgetoverd! Ik keek er wel mijn ogen uit. Naast de veelvoud aan vruchtdragers, appels, pruimen, peren, druiven, kiwi’s, bessen waar ik zelfs het bestaan niet van wist is er ook nog plaats voor een schaduwtuin met een Hostaverzameling, een grote zonovergoten border aan de voorzijde van het huis en een bloemenweide in wording.


Zelfs Dochter vond het allemaal mooi genoeg om haar fototoestel voor uit te halen, alhoewel ze vooral onder de indruk was van de Harry Styles kloon die er op een gegeven ogenblik thuiskwam. Wie we er ook ontmoetten was Ludo van Muggenbeet en zijn madam. Zijn tuin was dit jaar niet opengesteld dus kon hij er zelf enkele bezoeken – en ook hij sprak lovend over de Fruitbergtuin.


Van daar ging het richting Diest waar we op de Grote markt een gezellig terrasje vonden voor een snelle hap.

De tweede tuin was die van AnneTanne. Daar was het gezellig druk. Het hooilandje vooraan werd ingepalmd als parkeerplek voor fietsen. Daarom bekeek ik het helaas niet in detail, want naar het schijnt groeiden daar voor ’t eerst enkele Ratelaars. Maar ik was in de eerste plaats onder de indruk van die twee dikke kanjers van bomen die er stonden: een Zomereik en een Beuk.


AnneTanne had een parkoers uitgestippeld door haar tuin waarmee je alle kantjes en hoekjes van haar tuin verkende. Ik zag er enkele mooie borders, moestuin, een serre, bosjes, houtkanten, hooilandjes, zitkuil (niet toegankelijk wegens inwonende broedvogel), bospoel en de zwemvijver waar ik heel benieuwd naar was.


Wat me opviel toen we, terug bij het tuinhuis een drankje nuttigden, dat de ganse tuin volledig in het groen ingebed ligt. Je ziet er weinig tot niets van het omliggende, waardoor het lijkt dat tuin en huis in een open plek in het bos ligt. Dat geeft er een aangenaam besloten karakter aan. Ik had er eigenlijk wel wat meer tijd willen voor uittrekken, voor genieten, maar ook voor een langere babbel met de Muggenbeters en AnneTanners. Helaas was ons programma nu eenmaal goed gevuld … op het randje van overladen. En moesten we verder naar tuin drie. Maar eerst nog eens de stapstenen aan de zwemvijver uitgetest.


De derde tuin, dat was de tuin van Mme Zsazsa. Zij ging een tijd geleden de uitdaging aan haar weiland om te vormen naar een bloemrijke ecologische moestuin. En ik moet zeggen, ze is goed op weg. Het biodivers vrouwke vond het nog wat rommelig, maar ik zag er alvast de potentie in – en de toekomst. 


Dat zal me nogal een bloemenweelde worden! Waartussen wellicht op permaculturele wijze de groentjes te vinden zijn. Als ze die tuin tenminste onderhouden krijgt – want het ging toch wel om een behoorlijke oppervlakte! Leek me wat veel om alleen te doen. Misschien moet ik het boek eens kopen, dan weet ik hoe ze het rond krijgt. 
Die krullerige paadjes afgezet met dakpannen, bloem-en moesperkjes afboordend vond ik wel leuk. En de beestenboel ook. Vooral dat varken dan, dat zich gemoedelijk schurkte tegen de wand van haar stalling. 


Het was er een gezellige bende, met een hoog bohemien gehalte – of kwam dat dan weer door de woonwagens die er geparkeerd stonden? Ik wil hier nog wel eens terugkomen, als de tuin vijf of zes jaar rijper is. Benieuwd wat de toekomst brengt.


De laatste tuin op mijn lijst was van een blogger van de oude stempel. Rik Wouters “blogt” al sinds de jaren stillekes, nog voor de term bloggen uitgevonden was, of zelfs maar tinternet – stel je voor. Rik schreef namelijk al jaren geleden wekelijks stukjes in de krant. Iets wat hij nu nog steeds wekelijks doet op zijn eigen webstek. Ik was benieuwd wat zijn tuin zou brengen, want de foto in het ecotuin Velt-programmaboekje leek me veelbelovend: een hele massa orchideetjes in een hooilandje!


Maar de werkelijkheid overtrof nog veruit de verwachtingen! Want kende jij iemand die naast een moestuin, siertuin, een hooilandje en een natuurlijk ogende vijver ook nog eens een elzenbroekbos in zijn tuin heeft? Ik niet. Misschien was dit een groot gat in mijn kennis maar ik wist helemaal niet af van het bestaan van deze tuin, alhoewel er al ettelijke duizenden mensen deze bezocht hebben.

Persoonlijk had ik die tuin niet zo ver laten evolueren naar schaduwtuin. Maar Rik heeft denk ik meer weerstand om een boom om te zagen dan ik. Hoe dan ook - ik vond het alvast heerlijk er in te kunnen rondwandelen. En omdat Rik al aan een rondleiding bezig was konden wij de tuin op ons eigen tempo ontdekken. Fantastisch was dat. Ik vond de afwisseling tussen natuurlijke begroeiing aangevuld met cultivars of exotischer soorten heel verfrissend. Ik zag overal de grens tussen tuin en natuurreservaat vervagen. 


Alleen het elzenbroekbos zag er nog volledig natuurlijk uit, met alle typische soorten er op en er aan – inclusief hoge watertafel waardoor Rik overal knuppelpaden of vlonderpaden construeerde.


Het was een heel gevulde dag - en moe dat we waren 's avonds. We hadden ook zoveel mooie zaken gezien - voer om over te dromen. Wat we uitgebreid deden.

vrijdag 30 mei 2014

Zitten kan je maar beter ...

... op goed gerief.

En op goed gerief mag er gerust wat gewacht worden. Als je dan toch de investering doet in iets waar een levensduur van decennia op geplakt wordt, en dat artisanaal vervaardigd wordt, moet je niet gaan zeveren over korte leveringstijden. Laat die handwerklieden dan maar op hun gemak werken, zodat je een goed product krijgt.

En ik denk dat dit goed gerief is. We hebben het na lang staan dubben op de Tuindagen van Beervelde vorige herfst toch besteld. En het is vorige week geleverd. Door de vriendelijke zaakvoerder, persoonlijk.

Het mocht eerst enkele dagen in de wintertuin staan maar dan heb ik het toch buiten gezet – ik moest er toch enkele mooie foto’s van maken niet?



Mooi hé? Wij waren alvast onmiddellijk verkocht door de klassieke, tijdloze uitstraling er van. En pas op! Wij bestelden dan nog de ietwat plompere versie, met relatief weinig maar brede latjes! Je moet de (nog) duurdere versie dan eens zien met de vele, fijne latjes en de nog sierlijker krul onder de leuning!

De kleur? Je kan ze in allerlei kleuren bestellen maar wij kozen een ouderwets soort donkergroen. Maar daar is toch iets vreemd mee. De ene lichtinval doet het soms blauwachtig lijken, en vaak lijkt het ronduit zwart te zijn. En dan er ligt weer eens een haast olieachtige glans over. Heel intrigerend.



Waarom zou het decennia meegaan, zonder dat weer en wind er spel op heeft? De lak is een zeer slijtvaste tweecomponentenlak die in meerdere dunne lagen is aangebracht. Normaal worden alle spleetjes van de houtnervatuur tussen enkele lagen compleet helemaal dichtgeplamuurd en perfect gladgeschuurd, maar wij bestelden de versie waar dat niet gebeurde, zodat je de houtstructuur nog wat kan zien. Laten we hopen dat deze versie desalniettemin even lang meegaat.

Het stalen onderstel tenslotte, dat is eerst gegalvaniseerd alvorens te poederlakken. Dus al komt er door ruw gebruik een diepe kras in de lak, roesten zal dat bankje niet direct. Je mag deze bankjes, alhoewel opvouwbaar, naar het schijnt jarenlang zonder schroom in weer en wind buiten laten … ik ben benieuwd.

Dus ja, alvast heel tevreden van deze aankoop. En ik beloof elk decennium verslag te leveren over de staat van dit goed gerief. En hoogstwaarschijnlijk tussendoor ook wel eens.