Posts tonen met het label Tafereeltje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tafereeltje. Alle posts tonen

dinsdag 23 mei 2017

Optisch composteren

“Je weet toch dat glas niet op de composthoop mag”, zei het biodivers vrouwke.

“Haha – grappig hoor” lachte ik haar opmerking weg. 

“Zo heb je er ineens vier” zei ze nog.

“Ja, ik wist het dat ik hem nu ergens zou terugvinden. Nu ik ‘em eindelijk vervangen had – zo gaat dat hé.”



Om dit gesprekje te duiden, moet ik even twee weken terugspoelen.

Want toen ben ik naar de brillenzaak getrokken. Dat was nodig, nadat Dochter, onder invloed van overenthousiaste puberhormonen, door onbedwingbaar armgezwaai mijn enige bril ongeveer onherstelbare schade toebracht. Enkele jaren terug had ik twee brillen, maar mijn werkbril was op raadselachtige wijze verdwenen. En sindsdien nog niet opgedoken.

In de winkel ging ik in op een aantrekkelijk aanbod van de verkoopster (of was het omgekeerd?) en toen had ik opeens drie brillen: een nieuwe werkbril met stevig montuur, een herstelde bril en een oude zonnebril die nieuw glas op sterkte kreeg. Dochter greep dat achteraf aan als vergoelijking – dat het dankzij haar was dat ik een goeie deal geslagen had. Het kind is slim. Puberirritant, maar slim.

Maar er bleef het raadsel waar mijn oude werkbril naar toe was. Al twee jaar was die weg. Gewoonweg verdwenen. Niet dat het een enorm verlies was, want het ding was al eens bij het snoeien door een rondzwiepende tak – ook last van hormonen? - van mijn hoofd geslagen. Daarna had ik er dan nog mijn voet opgezet waardoor het een wonder mag heten dat ik het nog min of meer in vorm kon wringen.

Een schoonheid was het dus niet meer, maar ik kan het niet goed verdragen dat een nuttig voorwerp zomaar verdwijnt.

Maar nu is ie dus terecht! Na een verblijf van twee jaar in een composthoop werd ie opeens weer opgevorkt. Bij het zeven van de compost rolde ie zomaar voor mijn voeten!



En na een spoelbeurt en wat olie op de scharniertjes blijkt het ding nog best bruikbaar als werkbril.
Ik moet gewoon eens langs bij de brillenwinkel, want de silicone neussteuntjes zijn als enige onderdeel wel gecomposteerd.

“Dag mevrouw, kan U op deze bril van die nieuwe neusdingetjes monteren?”

Ik kan me nu al de blik van afgrijzen op het gezicht van de verkoopster voorstellen. Weliswaar aantrekkelijk, maar vol afgrijzen.

woensdag 8 maart 2017

Zonnehagel


“En wat kan ik voor U doen”?, vroeg de lange man in witte jas.

“Mijn dokter heeft me naar U doorverwezen, voor controle” antwoordde ik.

“Ah … en wat is er aan de hand”? Hij keek door zijn grote bril, richting mijn kale kop. Alsof ie de bui al zag hangen.

“Wel, hier is een plekje” En mijn vinger priemde richting rechterslaap … “en dat jeukt altijd een beetje” …. “en dat gaat niet over, dat gejeuk”.

“Ik zal eens kijken ... jeuken zegt U?”

“Nou ja – jeuken … eerder prikkelen … alsof men er steeds met kleine naaldjes zachte prikjes in geeft.”

“Ah – ik zie het al. Ik zal U een zalf voorschrijven”, besloot hij snel, terwijl hij al terug rond zijn buro stapte. 

“Ok …” antwoordde ik beduusd – want zo’n snelle diagnose had ik nog nooit gekregen. “En wat is het dan”, wou ik weten. “Een schimmel?”

“Zonneschade”, was kortaf het antwoord.

Zonneschade … terwijl hij reeds een briefje aan het schrijven was moest dat verdict nog even tot me doordringen.

“Oei – zonneschade”, zei ik met een klein stemmetje. “Is daar nog iets aan te doen?”. Want ik zag de huidkanker al grijnzend om de hoek komen.

“Daarvoor is de zalf”, zei de man in wit. Hij toverde een brochure uit zijn lade en plooide ze voor me open. 

Mijn blik viel op de expliciete foto’s. “Auwch – dat ziet er pijnlijk uit”, was mijn spontane antwoord.

Hij keek op en dacht even na. “Nee – dat valt mee. Het ziet er erger uit dan het is. Maar de behandeling duurt meer dan een maand, dus je moet er rekening mee houden dat je er een tijdje zo bijloopt”.

“En moet dat op dat plekje ingesmeerd?”

“Nee – je ganse hoofd”. Hij kwam weer naar me toe en wees naar mijn voorhoofd “hier, en hier, en hier ook … die ganse zone is aangetast.”

Ik viel even stil.

“Wat voor werk doet U?  Komt U veel met klanten in contact?”, vroeg hij meelevend.

“Nee – gelukkig niet…  maar het eindejaar komt er aan” antwoordde ik schaapachtig.

“Juist.  …  Dan wacht U toch gewoon tot na januari”, klonk zijn simpele oplossing. “En vanaf nu zet U in de zon een hoed op – met brede rand”.

...

Ondertussen ziet mijn voorhoofd er uit alsof de zon er met een jachtgeweer hagelgewijs fotonen ingeknald heeft. Wat wellicht niet ver van de waarheid is, op dat jachtgeweer na dan.
Nog één weekje die zalf gebruiken - en dan mag het weer genezen.

vrijdag 17 februari 2017

Grote blokken tijd

‘Oei – dat valt tegen, qua timing’ zuchtte ik vanuit mijn hoofdkussen.

Ze keek op  ‘Wat bedoel je? Ben je dan niet blij voor hen?’

‘Jawel – jawel, …’ zei ik vlug. ‘Dat is heel tof dat ze zo dicht bij komen wonen - maar ik heb zo nog mijn eigen project. En er gaat bij hun zo veel te doen zijn.'

‘Ik heb toch gezegd dat jouw timing niet realistisch was…’ zei ze schamper ‘Je zou er deze winter aan werken – en je hebt nauwelijks iets gedaan’.

‘… Tja – met de feesten en zo … Maar ik heb tenminste al mijn materiaal al besteld, niet? En een boel fimpjes bekeken op joetjoeb! Nu weet ik hoe ik dat moet doen.’ 

Ik had inderdaad uren gespendeerd aan het vinden – en bekijken -  van goede instructiefilmpjes. En het opzoeken van online winkels met de nodige werktuigen. En kan ik er toch niet aan doen dat die niks leveren gedurende de eindejaarsperiode, dacht ik zo.

‘Ok – maar wanneer gaat dat af zijn? Dat moet er tegen volgende winter wel zijn hé!’ Haar stem klonk in het duister extra vermanend.

Gelukkig heb ik een vrouwke dat wél realistisch kan plannen.  

‘Dat moet lukken… hoop ik toch. Want er is natuurlijk de tuin ook nog … en de open tuindag, … en ik zal toch ook eens moeten gaan helpen niet? Afbreken en zo … of puin afvoeren.’  

Ik was me al aan het indekken – mocht het allemaal nog trager gaan …

‘Ja natuurlijk – maar niet elk weekend hé. Anders raakt dat van ons nooit af.’

‘…’ Dat doembeeld bracht me even tot zwijgen.

‘En waarom moet dat nu eigenlijk op die manier?’ vroeg ze me nog maar eens.  ‘Kan je dat niet makkelijker ineen steken? En sneller?’.

‘Dat gaat gewoon veel mooier zijn zo’, zei ik vastberaden. ‘traditioneel – zoals op vakantie, in Frankrijk’, probeerde ik haar te paaien.

‘Ach wat – jij wil gewoon kunnen uitpakken. Kunnen zeggen dat ge dat helemaal zelf gemaakt hebt.’

Ik grijnsde slaperig.  Wat kent ze me toch goed – was mijn laatste gedachte.

Die nacht droomde ik dat ik grote blokken tijd kocht in een houthandel.

dinsdag 7 april 2015

Stomme duif

"Allez - zie dat nu. Stomme duif".
Het biodivers vrouwke zat nog wat soezerig aan de ontbijttafel voor zich uit te staren.
Van op haar plaats kan je goed de zonsopgang zien.
De takken van de krulwilg staan wel een beetje in de weg, maar dat geeft niet - dat levert soms ronduit fotogenieke beelden op.
Op dit uur was er geen zonsopgang meer te bewonderen, want op een vakantiedag staan we niet zo vroeg op, kan je je wel indenken.

Maar wat ze wel zag, was een stomme duif. Net in haar zicht. In de krulwilg.
"gaat die stomme duif nu bezig blijven?" vroeg ze zich af.
Want je moet begrijpen - duiven zijn niet het biodivers vrouwkes lievelingsvogelsoort. Ze staan op de appreciatieladder nog een tree lager dan kalkoenen. Wat ze ook al zo'n miskleun van de evolutie beschouwt.

"Maar wat is die stomme duif nu eigenlijk bezig? Is die aan 't stikken of wat?"
Want ze zag het dier op de rug en het was de hele tijd op en neer gaande bewegingen aan 't maken met haar kop, alsof ze zwoegend naar lucht aan 't happen was, ... of aan 't kotsen.

"Zeg, die gaat hier toch niet voor mijn neus doodvallen of zo?" Want als er iets iets dat ze nog minder kan luchten dan een stomme duif, is een stomme duif die stervende is. Begrijpe wie kan ...

Met kordate bewegingen staat ze recht, rukt de deur naar de terras open en stapt naar de stomme duif toe en ...
bevriest. Want daar zit helemaal geen stomme duif... zelfs geen gewone.

Nauwelijks geschrokken kijkt de vogel om en zo kijkt het biodivers vrouwke plots op enkele meters afstand in de ogen van een sperwer. Die kijkt haar nog even geringschattend aan en gaat dan rustig verder met zijn maaltijd.

In snelle slow motion sloop ze weer naar binnen waar ze haar fototoestel uit de kast gritst, en in vliegende haast deze uiterst slechte foto maakte. De zenuwen zeker.
Want toen ze een tweede maal buiten stapte - voor een betere poging - hield de sperwer het toch voor gezien. Als je al niet ongestoord kan ontbijten ...



Maar goed. Ze had toch een bewijsfoto. 

"Want je zou het nooit  geloofd hebben", zei ze, "dat van die stomme duif".




dinsdag 27 mei 2014

Zondag - Teldag


"Mama, die vogels zijn kei-ambetant!", zei Dochter die van de tuin binnenliep. "Zo een lawaai!"
De alarmkreten gingen nu al een half uur door in de tuin, sinds de katten buiten gelaten werden.
"Ja, kom, we gaan kijken wat er aan de hand is"

"Hoi Jan - zijde gij hier ook? Ook voorzitter vandaag?"
"Ja", zuchtte mijn collega-voor-één-dag. "Weet jij waar onze lokalen zijn?"
"Nee, maar kijk - ginder is veel volk. Misschien hangt het uit."


Plots vloog er een klein vogeltje haast stuurloos zwalpend voorbij en landde nabij de vijver. Een ander dwarrelde grappig van struik tot struik en een derde werd gezien op de grond naast de houtstapelkooi, zo argeloos als vers kattevoer.
"Oh-oh! Er is een nest zwartkopjes uitgevlogen! Waar zijn de katten?! Die moeten binnen!"

Eén voor één kwamen ze binnen, de bijzitters van dienst, als duiven naar de til. Dat ze er niet gelukkig uitzagen, was een understatement. Enigszins verloren ook, en verveeld. Gelukkig zat er één lolligaard bij, die er onmiddellijk met wat fratsen de toon inzette.  Maar de overigen zagen er uit alsof ze veroordeeld waren tot de cel.


Na wat speurwerk werd Toulouse onder de struiken gevonden, loerend naar het geritsel boven haar hoofd. 
Bo was nog moeilijker te traceren, en kwam pas te voorschijn toen er met het etensbakje gerammeld werd.
"Gelukkig hebben ze honger. We gaan ze deze namiddag binnenhouden".

"Welkom, ik ben jullie voorzitter voor vandaag en we zitten de hele namiddag hier binnen om samen te tellen. Straks leggen we de eed af en leg ik uit welke stappen moeten gevolgd worden.  Maar eerst nog iets belangrijks - waar staat de drank en onze broodjes?  Wie gaat mee zoeken?"



Het biodivers vrouwke nam haar telelens en Dochter volgde in haar kielzog met haar eigen kodakske.
Bij de vijver deed het eerste vogeltje een poging tot wat leek een transatlantische vlucht over de vijver. Eigenlijk leek het meer op een paraboolvlucht die in het water ging eindigen ware het niet voor een reddende Lisdoddestengel.  Die boog echter gevaarlijk door tot net boven het water. Het leek er even op dat het op een ramp zou uitlopen.

"Eerst gaan we het aantal stemmen tellen. Daarna verdelen we ze volgens lijst en in vier categorieën. En pas daarna zullen we de naamstemmen tellen. Ik zet alles op het bord zodat we niks vergeten, want ook voor mij is dit de eerste keer. We moeten het dus allemaal met de nodige aandacht doen. Alles moet kloppen. Het zou een ramp zijn als we alles moeten hertellen."


"Mama kijk eens - deze vliegt gewoon tot voor mijn voeten!" Dochter razend enthousiast!
"Hoeveel zijn het er? Ik zie er hier maar twee. Kijk hier - deze kan ik gewoon op zijn buikje strelen!".
"Ik denk dat er maar drie zijn".
"Oei - dat is precies niet veel. Ik wou dat het er meer waren - ze zijn zo schattig".

"Voorzitter, hoeveel stemmen moeten we nu eigenlijk tellen? We hebben hier nog maar twee zakken gekregen en dat zijn er al zo veel". 
"Ik denk dat er drie moeten zijn. Er waren dit jaar drie stembureau's in onze gemeente".
"Pfff - Ik wou dat het er veel minder waren - dit duurt eindeloos".


En voor wie er nog aan twijfelde - alle foto's zijn van het biodivers vrouwke

maandag 5 mei 2014

Ik wist dat je hier zou zitten


Ze verscheen met in elke hand een koffiekop. 

“Ik wist het dat je hier zou zitten”, zei ze met een grote glimlach. 

“Wel makkelijk zo – moet ik je minder zoeken in de tuin als ik je nodig heb”.

Ik hield er nog even het zwijgen toe.

Ze kwam naast me zitten en keek rond.

“Had ik het niet gezegd? Dat dit een goed plekje was voor een bankje?”

Ik bleef zwijgen maar keek gelukzalig naar enkele bonte zandoogjes die voorbijfloterden.

“Je had al jaren geleden naar me moeten luisteren”, besloot ze
– en interpreteerde mijn stilzwijgen als instemming.

“Weet je wat”, zei ze terwijl ze me een koffie toestopte, “dit is Het Beste Plekje – en je bent er blij mee”.





En gelijk heeft ze 
– zoals steeds.





donderdag 27 maart 2014

50.000


"Goeiedag", zei ik tegen de garagist, "ik ben hier voor een onderhoud".

De man veegde met een groezelige lap de olie van zijn handen en slofte met me mee naar buiten, het zonnetje in. 

Daar nam hij mijn machine in ogenschouw en vroeg "hoeveel staat er op de teller?

"Vijftig duizend", antwoorde ik met enige trots, maar ook met wat onzekerheid, want ik kwam nooit eerder voor een onderhoud. Had ik daar wel goed aan gedaan?

“En wanneer was het laatste onderhoud?”, vroeg ie doelgericht, want natuurlijk herinnerde hij me niet eerder te hebben gezien.

“Euh – dit is de eerste keer”.

Daarop trok hij met een afkeurende grom de motorkap open en tuurde omlaag.  De bits en bytes lagen zomaar open en bloot.  “Normaal moet je een controle elke tienduizend, weet je”.

“Oh?!”, zuchtte ik.  “Dat wist ik niet”.

“De meeste nemen er op vijftigduizend enkele opties bij, of laten de zaak eens herspuiten.  Een nieuwe carrosserie doet wonderen weet je – voor je het beseft zit je aan het miljoen!”.

Dat klonk alsof me dat duiten zou kosten.

“Maar ik vind ‘em goed zoals ie is”, opperde ik nog.  “En ik stak onlangs nog enkele nieuwe gadgets”.

“Mmm – standaard spul.  Moet je niks gepersonaliseerd? – Doet wonderen voor je pageviews!. Of een upgrade voor je opslagcapaciteit? Kan je meer volk lokken met grote foto’s!”

Die man begon toch wel opdringerig te doen.  “Nee, toch maar niet.  Heeft ie nu een onderhoud nodig of niet?”

Met een klap ging de motorklep weer dicht.  De software kraakte onder het plotse geweld.  “Nee – niet nodig”, zei hij kortaf.  “Je kan zo weer de weg op.  Maar met dat design kan je nooit snel, je hebt zelfs geen zoekmachineoptimalisatie". 

Daar werd ik wel even stil van.  

Hij keek me wat meewarig aan en zei dan vaderlijk. "Kijk, denk er eens over na en kom dan maar eens terug – ik heb massa’s templates voor je content”.  En met die woorden slofte ie terug de schaduw in.  

Toch wel wat beduusd stapte ik in mijn standaard-templeetje.  Ach wat, dacht ik nog, terwijl ik voorzichtig de straat opdraaide – ik tuf wel rustig verder aan mijn tempo – bevalt me uitstekend.




Op naar de honderdduizend.


zaterdag 28 september 2013

’t Is er aan te zien


“’t Is er aan te zien hé?”

“Wat is er te zien – en aan wat?” vroeg ze, want ze keek niet in dezelfde richting als ik.

We zaten in de tuin, rustig nippend van de koffie, want het was tijd voor het vieruurtje.

Ik knikte in de goeie richting.

“’t is er aan te zien dat ze groot worden. Ik denk trouwens dat er geen één op gegaan is deze zomer.”

“hmm” humde ze instemmend. 

“Ik vraag me af wat ik moet doen.”

“Hoezo? Wat bedoel je?”

“Wel, ik heb er al een nieuwe vloer in moeten steken twee jaar geleden. 
En van de trap is er een tree los.”

“Misschien tijd om af te breken?” opperde ze.

Zonde van al dat werk, dacht ik.

“Misschien komen er binnen enkele jaren al kleinkinderen?”, probeerde ik.

“Als je daar gaat op wachten … tegen dat die groot genoeg zijn is het helemaal rot.”

“hmm” bromde ik, niet helemaal overtuigd.

“En trouwens, dat is helemaal niet zeker dat ze snel aan kinderen gaan beginnen.”

“Ik hoop het”, zei ik instemmend, want ik voel me eerlijk gezegd te jong om al opa te worden.

“Je wil nog geen opa zijn hé?”, zei ze lachend.

“En jij oma”, repliceerde ik. “Of omi, want misschien willen ze bij haar wel oma en opa heten, of wil jij bomma zijn?

“Nee hoor, Omi is leuk. Dan ben jij Opi.”

Ik nam nog een koekje, en de gedachten vlinderden even rond, als vonden ze even geen nieuwe nectarbron om zich aan te voeden.

“Maar wat doe ik er nu mee? Binnen twee jaar is het weer open tuin.”

“Dus?”, vroeg ze afwachtend.

“Wel, dan komen er weer kinderen in de tuin. Dan is dat toch leuk als dat bruikbaar zou zijn?”

“Dan zorg je er toch gewoon voor dat het veilig is.”

“Tuurlijk. En dan knip ik er ook een gat in. Want zo kan er niemand meer door.”



zondag 25 november 2012

Koningsdag

"Hé - daar is een orchideeënkwekerij! - en daar stond: visitez les serres!"  zo klonk de enthousiaste kreet van 't vrouwke.  En onmiddellijk erna: "Ah, daar is een rond punt - ge kunt daar draaien ... als ge goesting hebt natuurlijk". 

Maar misschien moet ik dit tafereeltje even kaderen, en wat terugspoelen.  Want het was Koningsdag.  En op die dag dag hebben wij beiden vrij.  Want we werken voor de Koning, maar vooral voor zijn onderdanen .  En in dat geval krijg je vrijaf op zijn feestdag. 

Voor ons is dat ook écht vrij, want de scholen zijn gewoon open en schoolkinderen moeten dus gewoon naar de les, net als andere gewone weekdagen.  Dus Koningsdag is voor ons een beetje Kindloze dag.  Zo één waar we zelfs niet voor opvang moeten zorgen omdat we samen iets willen doen, en dan het gemopper en geklaag moeten aanhoren van waarom zij niet meemogen en waarom zij naar X of Y moeten, en wij van de weeromstuit ons dan wat schuldig voelen.

Nee - helemaal vrij en zelfs met de groeten van de Koning :-)

De afgelopen jaren is zo een beetje een traditietje aan het ontstaan.  Na het afleveren van de kindjes aan de schoolpoort, gaan wij beidjes gezellig winkelen.  Ergens in een winkelcentrum flaneren, koffietje drinken, een nieuw pulleke of hemdje kopen, sokjes, sjalleke, lingerie, ... 's middags een kleine lunch ... zo van die dingen.  Heel ontspannen, geen stress, niks moet, alles kan. 

Dit jaar waren we niet ver weg, en vrij vroeg in de namiddag keerden we al weer terug huiswaarts. 
"Het is nog te vroeg voor 't school... Waarom nemen we niet de N7?  - in plaats van de snelweg?" voegde het vrouwke er nog aan toe. 
Ze had duidelijk nog geen zin om al terug te keren, en het was inderdaad nog wat vroeg voor de school.  
"Ja ok" zei ik, verbaasd omdat zij het nummer van die provincieweg kende, want eigenlijk nemen wij die haast nooit. "Maar dat gaat ons duur te staan komen - dat voel ik zo". 
"Hoezo?" ze keek me vragend aan. 
"Ja - gegarandeerd zie jij nog één of andere meubelwinkel of zo onderweg ..."
"Mogelijk, maar langs daar is dat precies een beetje buitenland", repliceerde ze lachend. 
Het vakantiegevoel zat er precies wel in die dag.  En zo tuften we op een gezellige snelheid langs kleine Waalse taalgrensdorpjes en gehuchten, door het typische glooiend Henegouws landschap tot opeens ...

"Hé - daar is een orchideeënkwekerij! - en daar stond: visitez les serres!" zo klonk de enthousiaste kreet van 't vrouwke. En onmiddellijk erna: "Ah, daar is een rond punt - ge kunt daar draaien ... als ge goesting hebt natuurlijk".

Je kan je wel inbeelden dat we terugreden... En dat het niet goedkoop was ;-)


Dit is een Brassia rex.  We kochten deze voor de spectaculair grote bloemen. 
Met spinachtige slippen bij meten die wel 25cm!



Deze heet Epidendrum ballerina. 

Ja ballerina - volgens ons zou een gepaste naam eerder "Beaker-dressed-up-for-Rio" zijn ;-)
We kochten deze plant omdat ie ons deed denken aan een orchidee die we zagen in de botanische tuin in Funchal, tijdens onze vankantie in Maderia deze zomer.  Het is geen "botanische" soort, maar een kruising op basis van Epidendrum radicans

En dit is Restrepia guttulata, een miniem gevalleke uit de bergen van Peru.
Ik was onmiddellijk verloren voor de schoonheid van deze tropische-mot-achtige bloempjes

maandag 12 november 2012

Punker


“Mhoh!! Kijkt daar eens! Vlug!” Die uitroep kwam van ’t biodivers vrouwke.

Haar aandacht was al een twintig seconden niet meer bij ons gesprek – in de wintertuin.

“Wat? Waar?” roep ik uit – want ik weet dat ik snel moet zijn – het vrouwke heeft beter ogen dan ik. En een apart antenneke om speciaal dingens te ontdekken. Wanneer we ergens rondrijden met de wagen ook - zij heeft altijd alle roofvogels gespot, op hun paaltjes langs de wegen.

Maar nu is al haar aandacht bij een KBV-ke in de Wilde appelboom. Het hopt en springt en doet en is voor mij slechts een vage schim. “Wat is het” vraag ik nog eens. “Zonder bril zie ik niks hé”!

 “’T is iets heel klein … en ’t is geen Winterkoninkje” zegt ze beslist.

“Ik haal de verrekijker – hou het in de gaten hé”! … Standard-procedure bij het biodivers gezin: iemand houdt het beestje in de gaten, terwijl de biodiverse papa zijn bril / verrekijker / fototoestel haalt of tijd moet krijgen om van lens te wisselen. Klassiek tafereel ook: de Zoon / Dochter / Vrouwke heeft het beestje goed kunnen bewonderen, en dan komt pa buiten adem terug – meestal net op tijd om te laat te zijn :-/

Maar gelukkig niet deze keer: de verrekijker vindt al heel snel het KBV-ke en ik herken het als een Goudhaantje!

“Het is een Goudhaantje!” roep ik uit!   “Allez joh – dat is ook de eerste keer hier!” vul ik enthousiast aan.   “Normaal zit dat toch in naaldhout?”

Hier, pakt de verrekijker – dat wil ik op foto.”   Hier volgt het beeld van weer een sprintje naar de woonkamer, waar gehaast de Grote lens gemonteerd wordt, gevolgd door een voorzichtig sprintje terug.

Op Madeira lukte dat ook dacht ik zo, dus waarom niet met een Goudhaantje hier?

Maar dat zijn me toch vinnige beestjes!   Geen seconde zit dat stil!  Dat hopt en dat springt en zoekt en speurt en pikt en hapt.   Ik begin te vermoeden dat die appelboom wemelt van het lekkers, want het beestje bleef wel vijf minuutjes bezig.

Genoeg om wat te staan klunzen met de Grote lens.   Doorheen de ruit, met takken en raamprofielen die steeds in de weg staan net als je wilt afdrukken, met een onderwerp van amper vijf cm groot dat écht niet wilt stilzitten.   Met de autofocus lukte het niet – te veel takjes, en tenslotte dan maar manueel beginnen scherpstellen … met een bedenkelijk resultaat tot gevolg.

Maar goed – toch blij met dit bewijsje: een punker in de biodiverse tuin!



zaterdag 10 november 2012

Dressed to kill


“Dat zit gedorie gans vol hé” zei ik vanuit de deuropening - ietwat geagiteerd. “geef ne keer twee van die rekkerkes – zo van die brede.” … “En mijn kaweetje”. … “En ne grote vuilzak”.

“Niet binnenkomen hoor!” dreigde het vrouwke. “Ik moet dat niet in huis hebben hé”!

“zou ik ze wegkrijgen met heet water?” vroeg ik. En zonder een antwoord af te wachten – “kunt ge me nen emmer vullen? – diene grote.”

Vanuit de berging hoorde ik haar vaag mopperen over “mannen die weer voor vanalles hulp nodig hebben en dat ze ook nog haar eigen werk heeft”.

Ondertussen plukte ik er nog drie van mijn sweater.

“Ja – ik kan niet binnenkomen hé – ik zit vol” riep ik naar binnen.

Potvolblomme! Nog twee op mijn broek. En spartelen dat ze doen – als ge ze probeert te pletten.

“Voor wat hebt ge uw kaweetje nodig?” vroeg ze, terwijl ze me de rekkerkes, kaweetje en vuilzak gaf. “Het regent nu toch niet?”.

“Ja, maar daar kunnen ze niet door hé – ik wil ze niet in mijn kleren!”, antwoordde ik.

Ik propte mijn sweater in mijn broek, het kaweetje ging er overheen, het touwtje goed dichtgetrokken. Met de rekkerkes sloot ik de mouwen extra goed af.

Het vrouwke bekeek de verkleedpartij met enig leedvermaak.

“Moet dat nu echt”? probeerde ze nog eens. “In de natuur kuist niemand dat toch uit?”.

“Ja maar dan zitten die jongen volgend seizoen direct vol hé. Ik denk dat dat niet gezond is voor zo’n klein beestjes”. … “Is die emmer al gevuld?”. ...


"Euh ... ik heb ook uw rubber handschoenen nodig" voegde ik nog toe, terwijl ze de kraan dichtdraaide.  Het ogengerol dat daarop volgde was haast komisch.

Even later toog ik weer de tuin in, uitgedost als een halve imker, of astronaut. Ik mankeerde nog net een helm.  Mmm - ik kan misschien best mijn kap opzetten, zo overwoog ik nog. 

"Waarom zet ge uw kap ook niet op?" riep ze me nog lachend achterna.  "Dan is het helemaal compleet".

Het hete water klotste in de emmer, toen ik die puffend neerzette. “Zo zie – t’zal rap gedaan zijn met bloedzuigen!” mompelde ik in mezelf. En met een moordzuchtige blik in de ogen opende ik het volgende huisje.  




 

woensdag 26 september 2012

Patina

“Ge moet dat goed insmeren met olie, dan krijgt dat een mooie glans” klonk het toen ik dit goed gerief aanschafte. 

Niet waar – eigenlijk klonk het anders, want het was ergens in Frankrijk.  Meer zo als “Frottez bien avec l'huile, pour obtenir un beau patine”  Nu ja, het kan ook "une belle patine" geweest zijn, want ik heb absoluut geen gevoel voor woordgeslacht in het Frans.

 



Ik was er bij toeval op gestoten – zo gebeurt dat wel meer met goede vondsten, net als met geluk – het overvalt je gewoon.  En dan is het kwestie van het te grijpen, en vast te houden.

Wat in dit geval niet zo moeilijk is, want het heeft een stevige steel.

“Non – non”, was mijn antwoord – “je vais l’utiliser”.

De man keek wel even op van zo’n antwoord, zo over zijn kassa heen.  Want de meeste mensen die hij zoiets verkocht zouden dat nooit echt gebruiken.  Hoogstens komt dat ergens aan de muur te hangen, geolied of vernist, naast een rustiek uitziend karrewiel, of een halster van een reeds lang overleden trekpaard. 

“Pour sécher le foin” vervolledigde ik mijn uitleg, terwijl ik ze allemaal monsterde en keurde.



Want er waren meerdere exemplaren te koop.  Allemaal gleden ze door mijn handen.  Het gewicht werd beoordeeld – dat mocht niet te zwaar zijn.  De vorm moest goed zijn – geen té scheve tanden, en de kromming perfect.  En liefst de steel net goed, niet te lang en niet te kort, want de rug mag niet belast door overdreven gebuk.

En verder geen al te grote fouten in het hout.  Ik wou toch geen exemplaar dat het snel zou opgeven – in twee gebroken door een te zware last?



Tenslotte vond ik er één die me wel beviel.  De steel voelde glad en niet te recht.  Mijn handen speelden met de golvende onregelmatigheden in de vorm, nu eens rond, dan weer wat afgeplat.  Het gevoel dat de natuur dit schiep, in samenspel met een kundig handwerker - heerlijk.



Of moet ik zeggen kundig kweker.  Want ik zie die man al staan, tussen rijtjes gekgevormde struikjes of boompjes, met de snoeischaar paraat om ongewenste twijgjes te verwijderen.  Want die vorm moet perfect zijn.  Misschien komen er wel leihoutjes aan te pas, of worden de boompjes op een gegeven moment schuin gezet … want hoe krijgt ie anders die plotse knik in de tanden?



Om te zeggen dat ik er blij mee was - en ben! – met dit goed gerief.  En toch wel wat bewondering voor het vakmanschap.  Ik zou dat zelf ook wel eens willen proberen, als ik maar wist welke soort men hiervoor gebruikt.

“Aucune idéé” zei de man afwezig, toen ik het hem vroeg – zijn aandacht was al bij de volgende toerist.

Sindsdien is dat wel goed gekomen, met die “patina” – en ik heb er nochtans nooit olie op gedaan.




donderdag 6 september 2012

Gelijk boter


“En als ge er om gaat, dan moet ge in diene winkel!” Want ik was er niet helemaal gerust in, als het biodivers vrouwke er alleen om zou gaan.

“Waarom mag ik niet in de Gamma, of in de Brico gaan kijken?” wierp ze nog op.

“Nee – want dat hebben ze misschien niet, en dan komt ge met iets naar huis dat niet goed is. Ga toch maar daar recht tegenover – daar hebben ze veel keus”.  Nu was ik van dat laatste niet helemaal zeker, maar ze zouden daar tenminste degelijk advies geven.

“En laat u gene aanpraten op batterijen hé – Deze keer moet ge toch wel deftig gerief hebben”. Want dat gepruts dit jaar - altijd platte batterij - dat ging toch niet meer, vond ik.

Nu dacht ik niet dat ze echt alleen zou gaan – want de aanschaf van goed gerief laat ze meestal aan mij over. Maar kwam ik vandaag thuis en daar begroette me toch een opvallend vrolijk vrouwke, die me onmiddellijk aan mijn arm naar buiten troonde.

“En? Ziet ge niks?” vroeg ze met blinkende oogjes.

Oei - Altijd een gevaarlijke vraag voor een man. Meestal zie ik inderdaad niks en dan is ze natuurlijk weer teleurgesteld – stomme wezens vindt ze mannen dan – die zien nooit niks!

Maar deze keer zag ik het gelukkig wel. “Ge hebt de buxushaag gesnoeid!” zei ik triomfantelijk!

“En dat ging gelijk boter!” zei ze gelukzalig.

“Ah!, ge zijt er om geweest?” vroeg ik nog, ietwat verrast..

“Ja hoor” antwoordde ze trots.

“OK, laat eens zien”, zei ik nieuwsgierig.

En dan schrok ik wel even, wat dat gerief was wel wat groter dan verwacht.

“Oei – zo groot!” was dan ook mijn reactie.


“vijf en veertig centimeter”, zei ze. “Het was de enige dat hij had”, voegde ze er aan toe, me wat verwijtend aankijkend – “Maar het is wel speciaal voor Buxus”.

Ik taxeerde het ding en probeerde dan aarzelend … “’t zal niet goedkoop geweest zijn zekers? – want dat is nogal een duur merk”.

“Maar wel goed hoor – dat ging gelijk door boter” wierp ze op, waarmee ik wist dat de prijs boven haar voorgenomen budget zat.

“Ik snap niet hoe ik dat al die jaren gedaan heb”, voegde ze er aan toe.

“Gelijk boter” zuchtte ze nog.





 

maandag 16 juli 2012

Den draad ...

"Is 't wéér zover?" vroeg ze, toen ik probeerde stiekem binnen te sluipen, in de hoop het te herstellen alvorens ze het merkte.

Maar helaas - het wàs al opgemerkt.  "Ja", antwoorde ik met een zucht - "weeral, ja"

"Hoeveel deze keer?" was klassiek de er op volgende vraag.

Ik keek even achterom, naar de tuin.  En raadde maar: "Toch een goeie meter, denk ik - zoals altijd". 

"Zet jij de klokken dan weer goed?"  zei ze met een dwingend toontje.

"Ok, doe ik - eerst mijn gerief halen."  Pff - stom klusje, dacht ik.  En nu is mijn ritme nog weg ook.

"Ik wist het meteen hoor! - de radio viel uit, ... en mijn strijkijzer ook", zei ze nog, ietwat overbodig.  Ja, - want zo weet ze het toch steeds?

Het wordt toch echt tijd om eens ne nieuwe te kopen, dacht ik.  Er blijft ècht niet veel meer van over na al die jaren.  Misschien iets voor mijn verjaardag, bedacht ik - zo weet ik toch nog iets.

"Hoeveel blijft er nog over?"  vroeg ze dan. 
"Mmm - echt niet veel", antwoordde ik - "misschien de helft nog".

"Misschien kan je dat eens voor je verjaardag vragen - zo weet je toch nog iets" zei ze nog, terwijl ik langs haar sloop, richting werkplaats.

Terwijl ik de zekering weer aanzette hoorde ik haar vanuit de keuken "Zet ge de plomb weer aan? Ik wil verder strijken hé!" En met enige nadruk: "Uw T-shirts!".

"Ik doe die klokken straks wel, Ok?", zei ik terwijl ik tevoorschijn kwam met schroevendraaier en bektangetje.  "Ik wil die haag vandaag nog af hebben".

"Ok - maar niet vergeten hé?", zei ze - "het is zo'n stom klusje.  Gij moet toch iedere keer zo lomp doen met diene draad."

Ik zag haar grijns en huppelde al wat vrolijker de trap af - en de tuin in. "Ja hoor, dat vindt ge ècht grappig hé?", riep ik nog.

Nog twintig meter te gaan... en dan is ie op.

maandag 13 februari 2012

Stalker wordt kraker

Verschoot ik me daar een bult!  Zet ik met het winterzonnetje even de deur wagenwijd open, want je moet wel af en toe even de bedompte lucht buitenlaten uit die plantenoverwinterplek.  Was ik nog geen twee minuten terug binnen in de woonkamer- en werd onze wintertuin al onmiddelijk gekraakt! 

En niet zomaar door eender wie, maar door een oude bekende!  De lokale groene politie had er al een hele kluif aan!  Ze noteerden al een hele waslijst aan overtredingen: het molesteren van pimpelblauw gevederden, het wegjagen van soortgenoten (en dat terwijl er genoeg is voor iedereen), stalken, poging tot inbraak, constant een hoge borst opzetten, geniepig vanuit het struikgewas begluren, ... en dan nu ook nog het kraken van een wintertuin!

Dus daar zit Roodborst me even doodleuk tussen de kamerplanten!  In het geheel niet ontdaan van mijn terugkomst, hopt ie over de vensterbank, gaat parmant even parkeren op het hoofd van de blauwe reiger (een tuinornament! - niet alle vogelsoorten zitten in onze veranda ;-)), piept vanaf die plek naar buiten met een blik alsof ie zegt -"hé, mooi zicht vanaf hier op de tuin".  Gaat dan nog even de vogelkooi dag zeggen (daar verbleef ie in het voorjaar enkele uren - zat ie in de nor wegens poging tot inbraak 'door middel van het heel hard met het hoofd tegen de vensterruit vliegen' - moest dan van de groene politie even zijn roes uitslapen), om me tenslotte dan toch in het oog te krijgen!

En dan werd het even hectisch!  De jongste zoon kwam te hulp, snel werd de dubbele deur ook opengegooid en door middel van wat armgewiek en een opengehouden gordijn werd de kraker uitgezet!

Nadien werd er even gedebriefd en werden de ordehandhavers geprezen voor hun doortastende en onmiddellijke aanpak!  De pers morde, want het was allemaal zo snel gegaan dat er geen kiekjes konden gemaakt worden, maar het argument was dat er angst was voor een uitbraak  'door middel van het heel hard met het hoofd tegen de vensterruit vliegen' - en dat dat wel eens slecht had kunnen aflopen dus, dat wachten op de pers.

Want het mag me dan een gangster zijn - toch willen we hem niet kwijt ...

zondag 5 februari 2012

Twaalf honderd

Twaalf keer honderd waren het er.  Ik weet het precies want ik heb ze geteld.  Vonden ze natuurlijk weer belachelijk toen ik dat vertelde tijdens het vieruurtje - van dat tellen.  Heb je dat nu echt gedaan vroegen ze, met ongeloof, maar ook met pretlichtjes in de ogen.  Want die biodiverse papa - daar is soms toch een vijs los.  Nu ja- ik had het al ergens vermeld - ik heb zo'n tic met cijfers - en soms wil ik gewoon weten hoeveel het er zijn.

Dus heb ik geteld.  Van twee tot vier ben ik er mee bezig geweest.  Vond ik zelf nog vrij snel, dus ik denk dat het tellen me een vlot tempo opleverde.  Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, Tien.   Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, Twintig.   Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, Dertig.   En zo verder tot Twaalf Honderd.

Ik moet toegeven - ik ben iets voor de helft even gestopt, want dan moest ik de ladder halen, want ik kon er niet meer bij.  En na het vieruurtje heb ik de eerste vijfhonderd zes en twintig opgeraapt, en in de kruiwagen gelegd.  Ik heb er dus nog zeshonderd vier en zeventig op te ruimen, maar ze vormen zo een leuk patroon in het besneeuwde hooiland, dus laat ik ze nog even liggen.  Het leek wel een werk van Andy Goldsworthy ... nou ja ... één van zijn vroege probeersels dan ;-)


Zeshonderd vier en zeventig

Vijhonderd zes en twintig