zaterdag 26 mei 2018

Nuacht bhallach Uí Ceallaigh?

Wie uiterst aandachtig zou gekeken hebben naar de foto on mijn blogpost van een jaar geleden "Dalmatiërkruid", zou misschien kunnen opgemerkt hebben dat er tussen al die orchideeplantjes enkele zaten zonder vlekken op hun blad. Dat was me toen al opgevallen, want voor Gevlekte orchisjes of Bosorchisjes is dat redelijk abnormaal.

Dit jaar staan ze al in bloei en wat blijkt nu?

Ook de bloemen hebben vlekken noch strepen!



Ik heb er onmiddellijk mijn orchideegidsje bijgehaald om te checken of dit fenomeen gemeld wordt.
En blijkbaar bestaat er in Ierland en Schotland een ondersoort of variëteit van de Bosorchis die vlekloos is. 
Dactylorhiza fuchsii var. okellyi heet ie met zijn wetenschappelijke naam.

Ik natuurlijk al heel enthousiast, want enkele jaren geleden was ik in The Burren in Ierland, één van de bekendste plaatsen waar deze zeldzame vorm voorkomt. Zouden er zaden aan mijn stapschoenen zijn blijven hangen? Dat zou toch al te straf zijn!



Maar helaas neen, verder gespeur op tinternet leerde me dat de 'O'Kelly's spotted orchid' helemaal wit is. Spierwit zelfs. Zo in-iglo-wit dat zelfs de meeldraden bleek zijn. Wil je er wat beelden van zien: klik dan HIER.

Mijn vijf 'Ongevlekte orchisjes' zijn niet wit. Geen 'alba' of 'albiflora' dus, want ze zijn van een heel licht lila.

Ik denk dat ik me tot specialisten zal moeten richten om meer te weten te komen over dit fenomeen.

donderdag 3 mei 2018

Nieuwe randen

De aankomst van de buxusmot zet heel wat in gang in de tuin. Als je zoals ons meer dan honderd m buxushaag en een achttal buxusbollen hebt heeft dat motje een redelijk grote impact.
Tot nu toe vonden we nog “maar” honderd rupsen, geconcentreerd op de buxussen het dichtst bij het huis. Maar dat is nog slechts de aanzet. Met twee generaties per jaar kan je een exponentiële groei verwachten. Volgend jaar zijn het er wellicht duizenden.


De buxushaagjes werden bij ons voornamelijk gebruikt als afgrenzing langs borders, rond kruidentuin en rond moestuin. We zijn dus volop aan het nadenken over alternatieve randen. Sommige haagjes zullen vervangen worden door het meest gelijkende alternatief – Ilex crenata ‘green hedge’, maar we staan open voor andere mogelijkheden. De buxusmot is een kans om weer eens iets anders te proberen.

Even een rondgang in de tuin, met misschien een laatste groet aan een aantal buxushaagjes.

Het haagje aan de straatkant, 15m lang en vormt de grens tussen voortuinborder en straatkantgazon, maar vormt tevens de verbinding met de wilde heg aan de straatkant. De Japanse esdoorn groeit er overheen. Kunnen we dit haagje missen? Misschien wel, want er ligt ook een randje kasseistenen en het haagje neemt op afstand toch wel het zicht op de border weg.


Het haagje aan de achterkant van het huis, 6m lang en zet de lijn van de trapwang voort langsheen het stenen paadje en eindigt in een buxusbol. Er tegenover, langs de andere kant van het kleine trapje, staat nog een buxusbol. Halverwege slingert het haagje zich rond de paal met voederhuisje voor de vogels. Dit haagje viel al voor de helft ten prooi aan de schimmel en werd al deels vervangen door Ilex crenata (rechtse foto op de voorgrond). We zijn benieuwd hoe goed dit alternatief zal zijn.


Dan de haagjes rond de kruidentuinvakken. Typische strakke vakkenstructuur, maar op een helling op het zuiden gericht. Verbaasde ons daarom dat dit haagje als eerste ten prooi viel aan de Buxusschimmel. En nu als eerste aan de buxusmot. Deze vakken zijn al bijna volledig opgeruimd


Verderop in de tuin, de “droge” border afgezoomd met een 10 m lang haagje. 


En dan de langste haag: helemaal rond de moestuin, wel 50m lang. Geeft de moestuin, samen met het kastanjehouten hekje een klassieke uitstraling (en leidt de aandacht af van het feit dat de biodiverse tuinier geen groot moestuinder is).



Twee haagjes werden al deels opgeruimd vorig jaar. De rest er van volgt nu. De overige haagjes zijn voor de volgende jaren. Als ze het zo lang nog uithouden.

De strakke buxusvakken rond de kruidentuin gaan helemaal weg. En worden niet door Buxus vervangen. In feite wordt dat hellinkje helemaal herdacht. Het wordt een menging van kruidentuine en bloemenborder. Maar dat was het in feite al. Bovenaan komt er wellicht wel een soort haagje - iets bloemrijk, maar dat kan nog vanalles worden, alle opties zijn nog open.
Het vrouwke koos er voor om onderaan de helling het haagje te vervangen door een stapelmuurtje. Ze zag op tinternet dat er mooie dingen konden gedaan worden met van die klassieke stoeptegels. Je kent ze wel - 30 x 30 cm en saai betongrijs.

Je kan er oude voor niks krijgen op ruilsites. Als je een stevige aanhangwagen hebt kost het je gewoon de rit. En nog ekologisch ook, want gemaakt van recupmateriaal.


De tegels breek je in twee. Dat gaat makkelijk op de rand van een tegel die je rechtop zet. Gestapeld lijkt dat door die ruwe randen op een natuurstenen muurtje.



Tegelijkertijd was het mogelijk om het paadje een beetje minder schuin te leggen.



Nu ziet het muurtje er nog erg strak en nieuw uit, maar dat zal wel veranderen als er planten overheen hangen of er zelfs op groeien. Muurleeuwenbekjes, Muurvarentjes, … allen hierheen!

dinsdag 1 mei 2018

Buxus met mot

Het is zo ver! Eind vorig jaar vertelde ik nog dat de buxusmot nog niet gezien was hier in de biodiverse tuin. Maar blijkbaar lezen die motten ook mijn blog, want er moeten er zich toch enkele gerept hebben om hier nog snel wat eitjes te leggen - zo net voor de winter.

Want het vrouwke - met haar normale hoge mate van opmerkzaamheid - zag vorige week toch wel iets verdacht aan enkele buxusstruikjes. Alle haagjes waren met die uitzonderlijk warme voorjaardagen al op snel tempo aan het uitlopen. Maar hier en daar waren er plukjes die achterbleven en er maar een beetje mottig uitzagen. En toen ze de spinselnestjes in de mot kreeg (wat is dat hier met die woordspelingen?) was ze zeker. Er was even wat gepruts om tussen de door spinrag bijeengebonden blaadjes de snoodaards te vinden, maar vanaf dan werden de motjes één na één snel gevonden. Al gauw had ze er dertig bijeengeplukt.



We hebben dan maar gauw de assistentie van onze kippen gevraagd. Dertig krioelende insectelarfjes - daar zullen ze om kippelen kibbelen dacht ik. Hmm ... niets was minder waar. Onze vier madammen bekeken de rupsjes alsof ze nooit eerder zo iets vies en verdacht hadden gezien. Ongekend is onbemind ...

Ik vrees dat dat ook de reden is waarom die buxusmotten hier ook zo'n ongelooflijk succes hebben. Er is gene ene vogel in onze streken die die beestjes als voedsel herkent. En dan zitten ze ook nog eens zo verstopt in dichte, laag tegen de grondse haagjes. Niet onmiddellijk een veilige plek om naar voedsel te zoeken, als vogel.



Dus zijn we begonnen opruimen. Nu ja, dat werk hadden we vorig jaar al aangevat maar niet afgewerkt... met als gevolg dat die motten hier toch nog voedsel voor hun kroost aantroffen.

Normaal zouden we de struikjes moeten verbranden om de opmars van de buxuxmot af te remmen. Maar we zijn niet zo'n fan van walmende rookproductie in de tuin. Nooit blij als een buurman dat flikt. Dus vond ik een andere manier. De haagplantjes werden afgezaagd en een nacht in één van onze regenwatertonnen gedrenkt. Geen rups die dat overleefde. Daarna kon ik ze zonder schuldgevoel naar het containerpark afvoeren.



Dan bedacht ik opeens dat we de enkele buxusbolletjes die we in pot staan hebben, misschien op dezelfde manier rupsvrij kunnen maken. Al wat we moesten vinden is een teil die groot genoeg is. En dan zo'n bol uit zijn pot schudden en een nachtje ondersteboven drenken. Makkelijk en heel effectief.

maandag 30 april 2018

Lang geleden

... dat ik nog eens geblogd heb.

Zo lang geleden dat jullie een hoop mooie beelden gemist hebben van een exploderend voorjaar.


Het begon allemaal met enkele krokusjes en in de wind dansende hazelaarkatjes


wat trompetnarcissen en bloesems van de kerspruim


Helleborussen zwaar beladen en Turkse tulpjes op het dak

 

Stermagnolia ...


Bostulp, Bosanemoontjes en Slanke sleutelbloemen


Zeeën van Gewone veldbies en Siertrosbes


Kievitseitjes en Amandelwolfsmelk 'Robbiae'


Spierstruiken en Paardebloemen


En tenslotte Aarbeiganzerikjes in 't gazon en de bloeiende appelbomen.

Hoogstwaarschijnlijk was er nog meer te zien, maar het voorjaar ging zo hard - er leek nauwelijks tijd om alles te volgen.

vrijdag 23 februari 2018

Traag gaat ook

Deel twee van de eikenhouten carport is ineen gestoken.

De voorbereiding heeft meer dan verwacht tijd genomen. Maar er waren heel wat speciale stukken te construeren.

Een zwevende balk bijvoorbeeld. Want zo'n steunpaal die voor het raam passeert - dat mocht niet van 't vrouwke. Dus moest ik wat origineel uit de hoek komen, qua vormgeving.



Die zwevende balk zweeft natuurlijk niet echt. Die leunt op een grote horizontale steunbalk, op twee meter veertig hoogte. Wel vier meter lang, en negentig kilo zwaar is dat ding. Maar met een goede kettingkatrol en een lange ladder lukte dat vrij vlot omhoog te krijgen - tot mijn eigen verbazing. 

Maar wel heel traag, zo'n hijsding. Dingdingdingdingding gaat dat dan, cm na cm omhoog. En als er iets moest aangepast weer dingdingdingdingding naar beneden.  Die horizontale balk stond van de eerste keer goed, maar de zwevende balk moest wel drie keer op en neer - en niet omdat ie niet paste, maar omdat ie schuin in de touwen hing. Ik kreeg hem niet op de juiste plaats gemanoeuvreerd. 



De zwevende balk had nog enkele speciale verbindingen nodig. Een kruiselingse verbinding bijvoorbeeld, met een slot.





Of dit, waar ik geen naam voor heb, maar het was een elegante oplossing dacht ik, als verbinding met die zwevende balk die uit de loodlijn staat.



In die zwevende balk moest dan op zijn beurt, ook weer een speciaal stuk gemonteerd worden, als verbinding met de hoekspant.




Dat koppelstuk was zelf ook een uitdaging - met die scheve vorm.



Maar waar ik mijn hoofd helemaal op gebroken heb, is het onderste uiteinde van de hoekspant. Die moest in twee richtingen schuin op een balk toekomen, die zelf ook een beetje gekanteld staat.
Ik heb het getob en goniometrisch gereken dan maar opgegeven, en de verbinding in twee delen gemaakt. Dat was een stuk simpeler uit te tekenen en te zagen.








Misschien moet ik stilaan een beetje beginnen toegeven - dat het toch wel lang duurt, zo'n eikenhouten constructie zelf maken.
Sneller zou wellicht kunnen, maar dan zou ik beter niet zo kicken op artisanaal en zo ...



Misschien kijk ik nu wel eens uit naar wat elektrische apparatuur, want in de volgende fase moet ik aan het dak beginnen. En daar is wat uithakwerk te doen op drie meter hoogte, en dat wil ik zo snel mogelijk voorbij hebben.