vrijdag 26 juni 2015

Doordringbaar landschap

Overal rondom ons verdwijnen stukken van het landschap door de bouwwoede van de gemiddelde Belg. Ik begrijp dat wel – iedereen wil een huisje boompje tuintje. Helaas worden de percelen tegenwoordig zo klein dat er na het bouwen van het huisje, nog maar weinig plaats overblijft voor een tuintje, en al helemaal niet voor een boompje (zo denkt men dan). Op zich al erg, maar waarom dat dan nog erger maken door van elk bouwperceel een kooi te maken? Hebben die mensen dan allemaal gevaarlijke kinderen? Een gevaar voor de omgeving die moet worden opgesloten ter voorkoming van erger? Ach neen, wellicht hebben ze gewoon een hond. Hoop ik dan, want anders begrijp ik niet waarom je uit vrije wil in een kooi wil gaan wonen.

Links het nieuwbouwlandschap, rechts het doordringbaar landschap
Wat zou jij als egel of mus verkiezen?

Maar ze moeten dan niet verwachten een egeltje op bezoek te krijgen. Egeltjes kunnen weliswaar goed klimmen maar dit soort hek is ook voor hun onoverkomelijk. Of voor een fazant. En andere vogeltjes … waar zouden die moeten nestellen of voedsel vinden, in een tuin zonder boom of struik? Nee, als we allemaal van ons eigen plekje op deze wereld een ecologische woestijn maken dan zijn we goed af :-/

Ik ben gek op egeltjes. Vertederend hoe ze in de schemering knorrend, grommelend en snuivend slakken komen opruimen. Ik ben gek op die fazant die in de struiken komt overnachten, na de afgevallen kersen uit het gazon hebben gepikt. Ik ben gek op de mussen, de mezen, de merel, zwartkop, winterkoning, groenling en roodborst. Van al hun gefladder en gezang wordt ik echt wel vrolijk. Daarom bied ik hun iets aan in de tuin. Woonplek, maar ook een gedekte tafel. Bessen aan de struik, insecten in de haag, een liaan met nestelplek, een boom om in te wonen.

En vooral: ik bied ze een open deur. Een tuin zonder harde grens. Een tuin die deel uitmaakt van een doordringbaar landschap. Een geschoren haag is een even duidelijke grens voor buurman of ongewenst bezoek als een Bekaert-hek, maar vogels en egel vinden het een paradijs, en raken vrij in en uit. Waarom op de buiten komen wonen als je die buiten dan behandelt als was het de stad? Met hokjes en vakjes en harde grenzen?

Ik ben fan van het doordringbaar landschap. En van de tuin die er deel van uitmaakt, of die het landschap is. Stel je hetzelfde nieuwbouwlandschap eens voor zonder hekken of afsluitingen? Heggen en haagjes tonen de grenzen tussen de eigendommen. Klimplanten groeien tegen de gevels en doen deze vervagen. Geen plaats voor een boom? Plant dan een kleine soort – die bestaan heus wel! Of deel er één met een buur en plant een boom op de grens. Gazons worden niet vergiftigd met ontmosser en madeliefjes mogen gerust tussen het gras – even groen, toch? En eigenlijk is geen tuin te klein voor een vijvertje. Je hebt ze in alle maten en zelfs in kleintjes komt een libel of juffer, kikker, salamander of pad.

Ik zie het al zo voor me. Alle tuinen vormen een groen geheel. elkeen zijn eigen tuintje, maar samen vormen ze een mega-tuin voor egel, merel of roodborst. Spelen de kinderen wat wild in de ene tuin – dan is er rust in een andere tuin. Struiken of bloemen in de ene, een ander biedt wat fruit. En de volgende een nestkast, een voederplek, drinkschotel of gazon met pieren. Alles is er te vinden, niet in één tuin, maar in alle tuinen samen. De mega-tuin in het doordringbaar landschap. 


 

woensdag 24 juni 2015

stalen rug voor houten bank


Iedereen die tijdens de opentuindag op bezoek kwam heeft kunnen vaststellen hoe ik nu tenslotte een rugleuning aan de halve-boomstambank gemonteerd heb.
Er slingerde nog een groot stuk betonijzer-traliewerk in de tuin rond en daar gebruikte ik een stuk van om dit te laten maken. Pa laste het geheel aaneen. De dikke staven waar het traliewerk werd aan vastgelast steken gewoon los in enkele grote boorgaten in het hout. Het moeilijkste was daarbij het bepalen van de hoek waarin de rugleuning moest komen - en het boren van de gaten met die hoek.


Het is de bedoeling dat daar op termijn klimop op groeit, zodat we een groene rugleuning krijgen. 


Kussentjes zullen we er wel altijd moeten aanbinden, want in denk dat zelfs met een laag klimop, dat traliewerk steeds in je rug blijft priemen.

 

maandag 22 juni 2015

Zin in guerilla gardening





Vond ik vorige week enkele zakjes kolleblommen op mijn buro. Een leuke attentie van een collega, die weet dat ik daar altijd wat mee kan aanvangen.



Krijg ik met zo’n stapeltje zaadzakjes enorme zin in guerrilla gardening. Ben ik nu aan het uitkijken naar kale plekjes in de omgeving die wat rood kunnen gebruiken. Wegbermen bvb, of braakliggende stukken verkaveling. Het zou leuk zijn deze wat aan te kleden zodat ze er volgend jaar uitzien als mijn akkertje op dit ogenblik: flamboyant rood!




De zakjes passen binnen de 100-jarige herdenking van de Groote Oorlog. Tijdens en na deze verschrikkelijke jaren werden de kapotgeschoten, door kanonkogels doorploegde slagvelden rood gekleurd. Door bloed, maar ook door klaprozen. Luitenant-kolonel John Mc Crae schreef er in 1915 een aangrijpend gedicht over "In Flanders Fields, where poppies blow". Hij overleefde de oorlog niet, maar zijn gedicht ging de wereld rond.




Nu is mijn idee om met die zaadjes aan guerrilla gardening te doen misschien niet zo gepast, gezien guerrilla ook een vorm van oorlogvoeren is. Maar klaprozen lenen zich er goed toe, vermits het een pioniersoort is. Kale, omgewoelde grond is hun favoriete milieu, en ze kunnen jaren als zaadje in de grond wachten tot ze weer eens aan de oppervlakte komen. En dan kleuren ze plots de velden in een passioneel rood, vol van symboliek!

woensdag 17 juni 2015

Bleekscheetjes


Ik ben gek op bosaardbeitjes. Als ik tijdens wandelingen die rode vruchtjes tussen het gras ontdek dan raken we niet snel meer vooruit, want ik wil er steeds maar plukken. En een mondje vol krijg je er niet snel van.

Dus je kan wel geloven dat ik enkele plekken in de tuin heb met bosaardbeitjes. Het is een goede bodembedekker en in tegenstelling tot andere bodembedekkers geeft deze nog lekker fruit ook.

Er staat hier bvb een heel bosje van deze aardbeitjes op een hellinkje in de halfschaduw. Vorig jaar stonden die nog heel erg in de schaduw maar sinds ik de wilde heg ge-hakhout-kapt heb staan ze plots vol in de avondzon. En daarmee waren ze zo blij dat ze allemaal begonnen te bloesemen en fruit dragen. Maar ik kon nog een eeuwigheid wachten tot deze bosaardbeitjes rood werden. 




Nu moet het lukken dat een bevriende tuinier me onlangs met trots zijn witte aardbeien toonde (dikke, niet van die kleine bosaardbeitjes) en me vertelde dat hij het een groot voordeel vond dat vogels deze aardbeien niet eten, omdat ze ze niet opmerken.

Met die opmerking in gedachten proefde ik gisteren - een beetje gefrustreerd door het uitblijvend rood - eentje en toen bleek dat ze wel rijp waren, maar niet rood! Het zijn gedulle witte bosaardbeitjes - zo'n bleekscheetjes! Geen idee hoe ik daar aan kom?





Weet misschien iemand welke variëteit dit is? De bladeren zijn onderaan blauwig-grijsgroen behaard en de kleine vruchtjes zijn bolrond en laten makkelijk los van de vruchtsteel. Het kroontje blijft daarbij achter en de aardbei is een beetje hol, zoals een framboos. De smaak is ook apart. Beetje zurig met een speciaal aroma, niet zoals bij doorsnee aardbeien.

dinsdag 16 juni 2015

Plant van de maand - juni


De ons meest gestelde vraag tijdens de opentuindag was – naast de vraag of de tuin en al die bomen er al waren toen we hier kwamen wonen (neen) en de vraag of de tuin ontworpen was door een tuinarchitect (neen) – wat die vreemde plant was in de moestuin en in die twee potten aan de trap?





“Een vergeten groente” antwoordde ik dan. Want naast een zeldzame wilde plant in onze bermen is Paarse morgenster of Haverwortel ook nog een oude, haast vergeten groente. De wortels van Paarse morgenster werden namelijk gegeten zoals schorseneren. Dat dateert dan wel uit de 17e eeuw, die gewoonte, want daarna kwam de Grote schorseneer meer in zwang en verdrong de Haverwortel. 




Nu kan ik daar eigenlijk niet over meepraten, want ik heb ze zelf nog niet gegeten. En dat heeft twee redenen. De eerste is dat ik geen schorseneren lust - dus ik aarzel wat, en de tweede reden is dat ik de morgensterren die ik had eerst wou opkweken voor zaad. Zodat ik volgend jaar genoeg heb om zelf eens te proeven. Want de smaak wordt omschreven als lijkend op oesters. En die lust ik nu wel zie. Of ook iets als asperge met een zilte ondertoon ... waar halen ze het allemaal uit, die culinaire beschrijvingen!



Naar het schijnt kan je zowat de ganse plant eten: de wortel - rauw of gekookt, de bladeren - rauw in salade of als spinazie bereid. Zelfs de jonge zaadscheuten kan je rauw eten - ze zouden wat zoet smaken. En tenslotte kan je zelfs de bloemblaadjes gebruiken als kleurige garnering in salades. De wortels werden in schaarse tijden ook gebrand als koffiesurrogaat - een beetje zoals chicorei.

En naast het feit dat Paarse morgenster eetbaar en zo is, vind ik 'em ook gewoonweg heel mooi! Staat volgens mij heel apart in een border, met die lange sierlijke bloemstelen. Alleen vervelend voor langslapers, want de bloemen zijn iets na de middag al weer dicht - vandaar de naam van de plant.

Zo een veelzijdige plant - dat kon dan toch niet anders dan dat ik ze nomineer als plant van de maand.
Er schijnt maar één nadeel aan te zijn. Door het kleverige melksap is het schillen van haverwortel een vieze boel, waardoor de plant ook aan haar bijnaam keukenmeidenverdriet kwam. Je schilt ze best onder water. Zal ik me alvast een duikpak aanschaffen?


maandag 15 juni 2015

Babel

 


“Kijk – een vlindertje!”

“Oh ja – een dikkopje.”

“Hoezo? Dit is toch een mot?”

“Een groot dikkopje”

“Groot? Dat is toch maar een klein vlindertje?”

“Ja – een dikkopje.”

“Dikkopje? Kikkervisjes vliegen toch niet?”

“Klopt – amfibieën vliegen niet.”

“Deze wel – dus dat is toch een insect!”

“Ja – dat zei ik toch – een dikkopje.”

“Dus toch een mot?”

“Nee hoor – een vlindertje. Een groot dikkopje.”

“Zeg – keikop!”

“Nee – dat is een steen.”


vrijdag 12 juni 2015

pot vol beien

Mijn eerste portie zelfgekweekte aardbeitjes zijn binnen. Geoogst uit onze aardbeienpot. Wat ik gek vond is dat er tijdens de ecotuindag verrassend genoeg enkele bezoekers waren die blijkbaar nog nooit een aardbeienpot gezien hadden.
 
 
Er is nochtans niks makkelijker dan dat, en tegelijk ook nog eens mooi. En uitermate geschikt voor tuinen die last hebben van slakken. Zonder aardbeienpot zou ik geen aardbeien kunnen kweken.
 
 
 Zo’n aardbeienpot heeft openingen in de wand die net groot genoeg zijn om een kluit te bevatten. Heel handig bij het planten is dat. Gewoon die kluitjes uit de kweekpotjes schudden, er in plaatsen en dan de pot opvullen met compost. Je moet wel vaak water geven want met al die gaten verdampt het water sneller dan in een gewone pot van die grootte – vooral omdat aardbeitjes zonnekloppers zijn en de pot best in de zon gezet wordt.
 
 
 Het resultaat is niet alleen lekker, maar ook decoratief!

maandag 1 juni 2015

Er zijn ook nog bloemen ...

... in onze tuin!

Want de laatste tijd gaat dat hier op deze blog alleen nog maar over cement en bouwen en constructies en zo.

Straks denken jullie nog dat ik hier een bouwfirma begonnen ben.
Niks van aan natuurlijk. Maar ik moest even door wat bouwwoede heen bijten. Om nu weer lekker bezig te kunnen zijn met planten en bloemen en biodiversiteit. Waar het allemaal om draait hier in onze tuin. 

Om zelf weer in de sfeer te geraken maakte ik een rondje door de tuin, met de camera in de hand.
En ik kon vaststellen dat het allemaal goed zit - voor de open tuindag volgende zondag.


 Er fladdert al van alles rond in de tuin


 In de moestuin bloeit er ook al wat - zelfs "vergeten groente"


Zelfgezaaide groentjes zijn al uitgeplant

Potten staan vol moois en ook in 't akkertje zweemt al kleur

Wachtend op een hommel ...

Allerschattigste geraniums

Bloemen om je in te verliezen


en lekkers om naar uit te kijken

Er valt dus heel wat te beleven in de biodiversetuin. En we verwachten zelfs speciaal bezoek! Volg het laatste nieuws op de blog van de opentuindag te Bever: klik
HIER.